16 februari 2020 door Joanne in Stellingen

Skigebieden blijven altijd vernieuwen. Verouderde, trage liften worden regelmatig vervangen door hypermoderne, snellere exemplaren. Schuddende gondeltjes door warme cabines, krakerige stoeltjesliften door verwarmde, overdekte 8-persoons banken. En daarmee verdwijnen ook steeds meer sleepliften. Om ons skiërs beter te beschermen tegen de elementen en ons meer comfort te bieden door lekker zittend te kunnen uitrusten. Jammer eigenlijk, want sleepliften zijn krengen, maar ze leveren ook veel pret. Zie jij alle sleepliften het liefst zo snel mogelijk verdwijnen of ga je ze missen?

Met vallen en opstaan

Je eerste wintersport herinner je je vast nog wel. Je begint op de babyweide en als je weet hoe je moet remmen ga je de eerste makkelijke helling op. Je voelt je al heel wat, maar wacht maar tot je met die liftjes moet…. Elke beginnersweide heeft sleepliften. Dat is een must. Je eerste lift is dus ook een sleeplift. Sta je klaar om te gaan, krijg je eerst een stang tegen je hoofd. Okee, achteruit kijken dus. De tweede keer doe je dat, maar draai je je hele lijf mee. Als je opstapt ga je niet vooruit, maar schuin aan de zijkant val je weer om. Poging drie: je gaat zitten. Hé, dat kan ook niet. Als je het dan eenmaal door hebt, stopt de lift halverwege met draaien. Dat is vermoeiend, dus als hij weer vertrekt val je er toch af. Skitechniek: de sleeplift >


Foute acties

Gelukkig, nu ga je goed omhoog. Maar eenmaal boven slaat de schik toe. Hoe moet je er eigenlijk af? De klassieke fout is om net te snel los te laten, oei, dan val je van dat laatste heuveltje af. Blijven hangen met het anker aan je jas of rugzak is ook zo’n eng idee. En ben jij ook wel eens aan de foute kant uitgestapt? Ik herinner me nog dat ik als beginnende sleepliftgebruiker met samengeknepen billen in een lang liftje stond. Ik moest langs een moeilijke piste en wilde absoluut niet vallen. Doodeng vond ik het.

Pannenkoek vs. anker

Verreweg de makkelijkste sleeplift is een pannenkoek. Het schoteltje waar je in je eentje mee naar boven gaat. Dit sleepje kan niet echt mis gaan. Alleen als je een ellenlange lift hebt is het wel heel saai. Een anker is vele malen gezelliger. Samen moet je het ding in balans houden en op tijd weggooien. Maar onderweg is er tijd voor een goed gesprek. Sleepjes duren vaak lang, waardoor je echt even samen kunt zijn.

Pannenkoeklift

Kramp in je kuiten

Ik ben een skiër. Gelukkig, denk ik wel eens als ik sleepliften zie. Als snowboarder heb je het net even moeilijker. Maar voor iedereen geldt: sta je klaar? Stang tussen je benen? Dan sta je soms even in het luchtledige. Er gebeurt nog niks…. En dan word je gelanceerd! Met een ruk vlieg je vooruit. Bij een lange lift is het vervolgens vooral een kwestie van volhouden. Met kramp in je kuiten kom je boven. Op gletsjers kom je relatief vaak een sleepje tegen. Misschien heeft dat te maken met dat ze ook nog bij hardere wind kunnen draaien. Let wel, dan heb je niet alleen kramp in je kuiten, maar ook een bevroren gezicht.

Stunten en slalommen

Ben je de bink? Dan ga je spelen in de sleep. Altijd leuk. Slalommen. Het mag weliswaar niet, maar is natuurlijk veel te leuk om te laten. Tot je aan de zijkant er af slalomt en valt. Het anker biedt nog meer mogelijkheden. Plekje wisselen. Ik geef je een tip: voorlangs is ideaal. Toen ik dit probeerde hing ik hulpeloos achter het ankertje, terwijl mijn vriendin met een grijns makkelijk voorlangs wisselde. Ik hield het nog een paar meter vol, maar moest toch loslaten. Achter het anker hangen is niet voor iedereen weggelegd. Maar tijdens het skiles geven heb ik kindjes gehad die die lift maar ingewikkeld vonden. Op pure wilskracht bleven ze hangen. 10 manieren hoe het NIET moet in de sleeplift (video’s) > 

De sleeplift mag niet verdwijnen

Denk aan die vriendelijke Oostenrijker met snor die het anker tussen je benen stopt. Denk aan de eerste keer dat je je kind tussen je benen meenam in dat sleepje. Het is net zo leuk als de eerste keer fietsen. Ik ben dol op sleepliftjes, omdat er altijd wel iets is dat misgaat. Zeker bij zo’n beginnersweide kun je genieten van foute acties. De nostalgie als je terugdenkt aan je eigen missers op dat ding. Je kunt er een hekel aan hebben of er van houden. Maar met de sleep gebeurt er altijd wel iets.



Joanne gaat het liefst zo vaak mogelijk naar buiten, de natuur in en het liefst naar de bergen. Qua skiën is ze een laatbloeier, maar ze heeft de 'schade' ruimschoots ingehaald. Inmiddels geeft ze skiles, zodat ze in de winter nog meer in de bergen kan zijn.