Voor de één is een skidag geslaagd na een paar fijne afdalingen, een lange lunch en op tijd de après-ski in. Voor de ander begint het juist te kriebelen zodra er een pistekaart met héél veel lijntjes op tafel ligt. Een skigebied waar je iedere ochtend kunt bedenken welke kant je vandaag weer op gaat en waar je na een week nog steeds pistes over hebt. In deze zeven skigebieden heb ik zelf geskied en als je vooral véél wilt skiën, zit je hier absoluut goed.
In het kort
- Les 3 Vallées en Les Portes du Soleil bieden beide rond de 600 km pistes.
- Ski Arlberg, het Skicircus en SkiWelt zijn ideaal voor lange rondtochten zonder voortdurend dezelfde pistes te skiën.
- In de 4 Vallées combineer je veel kilometers met uitdagender terrein.
- In Dolomiti Superski heb je 1200 km pistes op één skipas, al zijn die niet allemaal aaneengesloten.
- Een groot aantal pistekilometers is fijn, maar goede verbindingen zijn voor lange skidagen minstens zo belangrijk.
De cijfers zeggen toch niet alles
Inmiddels heb ik in alle zeven skigebieden uit dit lijstje geskied en juist daardoor weet ik ook: alleen een enorm aantal pistekilometers zegt niet alles. Minstens zo belangrijk zijn goede verbindingen, interessante dagtochten en het gevoel dat je echt ergens naartoe skiet. Dit zijn zeven gebieden waar je ’s ochtends kunt vertrekken, uren onderweg kunt zijn en aan het einde van de middag met behoorlijk wat kilometers én vermoeide benen terugkomt.
Voor wie liever skiet dan luncht
Wat maakt een skigebied nu echt goed als je graag veel skiet? Voor mij is dat niet alleen het getal onderaan de pistekaart. Een gebied kan honderden kilometers tellen, maar als je daarvoor steeds een bus nodig hebt of telkens via dezelfde verbindingspiste moet, voelt het al snel een stuk kleiner.
Veel leuker vind ik gebieden waar je ’s ochtends een tocht kunt uitstippelen. Naar een ander dorp, een andere vallei of desnoods een ander land. Onderweg steeds nieuwe pistes, een snelle lunch – vooruit, een goede lunch mag ook – en daarna weer verder. Soms vind ik een skigebied met 275 goed verbonden pistekilometers daarom leuker dan eentje dat op papier twee keer zo groot is.
De volgende zeven zijn wat mij betreft gemaakt voor dat soort skidagen.
1. Les 3 Vallées – Frankrijk: 600 km pistes
Voor wie na een week nóg niet alles geskied wil hebben. Les 3 Vallées mag eigenlijk niet ontbreken in deze lijst. Met zo’n 600 km pistes is het gigantisch en het grote voordeel is dat het netwerk grotendeels aaneengesloten is. Vanuit bekende plaatsen als Val Thorens, Méribel en Courchevel kun je iedere dag een andere kant op.
Wat mij hier vooral is bijgebleven, is hoe makkelijk je ongemerkt een enorme afstand aflegt. Je begint ergens in één dal, besluit nog even door te skiën en voor je het weet sta je twee valleien verder. Heerlijk, zolang je maar op tijd bedenkt dat je ook nog terug moet.
Dat maakt Les 3 Vallées ideaal voor lange skitochten. Je hoeft hier echt niet op woensdagmiddag te concluderen dat je inmiddels ieder blauw, rood en zwart lijntje op de pistekaart hebt gehad. Sterker nog: wie werkelijk alles wil skiën, kan beter vooraf een behoorlijk ambitieus plan maken.
2. Les Portes du Soleil – Frankrijk/Zwitserland: circa 600 km pistes
Skiën van dorp naar dorp én van land naar land. Ook Les Portes du Soleil komt uit op ongeveer 600 km pistes. Het gebied strekt zich uit over Frankrijk en Zwitserland en bestaat uit meerdere wintersportplaatsen, waaronder Avoriaz, Morzine, Les Gets en Champéry.
In dit gebied heb ik ooit een heel seizoen doorgebracht en ik was nog niet uitgeskied. Hier voelt elke skidag echt als een tocht voelt. Van dorp naar dorp, Frankrijk uit, Zwitserland in en later weer terug. Een landsgrens oversteken op ski’s blijft toch leuker dan via de snelweg.
Wel belangrijk om te weten: niet alle pistekilometers van Les Portes du Soleil zijn volledig met elkaar verbonden. Op enkele plekken heb je een bus of andere verbinding nodig. In het centrale deel kun je echter enorme rondes maken en gemakkelijk de hele dag onderweg zijn.
3. Ski Arlberg – Oostenrijk: circa 300 km pistes
Een hele dag onderweg zonder dezelfde piste te hoeven pakken. Lech, Zürs, St. Anton, St. Christoph, Stuben, Warth en Schröcken: alleen het rijtje plaatsen geeft al aan hoeveel terrein je hier kunt ontdekken. Ski Arlberg telt ongeveer 300 km pistes en is het grootste aaneengesloten skigebied van Oostenrijk.
Dit is voor mij zo’n gebied waar de verleiding groot is om steeds nét iets verder te skiën. Nu we toch in Zürs zijn, kunnen we ook nog wel naar Lech. En als we daar eenmaal staan, lonkt Warth alweer. Precies zo verdwijnen skidagen ongemerkt.
Voor kilometervreters is de Run of Fame natuurlijk een bekende uitdaging. Deze lange skitocht voert door een groot deel van Ski Arlberg. Maar ook zonder de volledige ronde te skiën kun je hier fantastische dagtochten maken.
Bijkomend voordeel voor sportieve skiërs: er ligt ook genoeg uitdagender terrein. Je bent hier dus niet alleen kilometers aan het verzamelen op eenvoudige verbindingspistes.
4. Skicircus Saalbach Hinterglemm Leogang Fieberbrunn – Oostenrijk: 270 km pistes
Eindeloos doorcruisen zonder je ski’s uit te trekken. Het Skicircus is zo’n skigebied waar je al snel denkt: zullen we nog even één berg verder? En daarna nóg eentje. Dat is bij mij in ieder geval regelmatig geëindigd in een veel langere skidag dan vooraf bedacht.
Met 270 km pistes en verbindingen tussen Saalbach, Hinterglemm, Leogang en Fieberbrunn kun je hier uren doorskiën. Het gebied nodigt bijna vanzelf uit tot rondjes skiën.
Voor wie er echt een sport van wil maken, is er de Skicircus Challenge: een flinke tocht door vrijwel het hele gebied waarbij je een serieus aantal pistekilometers en hoogtemeters verzamelt.
Maar je hoeft echt niet met een officiële challenge bezig te zijn. Van Saalbach richting Leogang, via Hinterglemm naar Fieberbrunn of andersom: mogelijkheden genoeg om ’s ochtends te vertrekken en pas laat weer bij je beginpunt uit te komen.
5. 4 Vallées – Zwitserland: circa 410 km pistes
Veel kilometers, hoogte én uitdagend terrein. De 4 Vallées is een andere kilometervreter dan bijvoorbeeld SkiWelt of Les 3 Vallées. Het skigebied rond Verbier, Nendaz, Veysonnaz en Thyon telt ongeveer 410 km pistes, maar het terrein voelt op verschillende plekken behoorlijk sportief.
Dat is precies wat mij hier aanspreekt. Je verzamelt niet alleen kilometers voor de statistieken, maar hebt aan het einde van de dag ook echt het gevoel dat je iets gedaan hebt.
De afstanden zijn groot, er zijn flinke hoogteverschillen en gevorderde skiërs vinden er naast de reguliere pistes ook uitdagende skiroutes en ander interessant terrein. Wie het liefst de hele dag ontspannen over brede blauwe pistes toert, heeft waarschijnlijk betere opties in dit lijstje. Maar voor sportieve skiërs die veel willen skiën én uitdaging zoeken, zijn de 4 Vallées absoluut interessant.
6. SkiWelt Wilder Kaiser-Brixental – Oostenrijk: 275 km pistes
Heel veel mogelijkheden voor lange skidagen. De SkiWelt ken ik inmiddels bijna uit mijn hoofd en juist daardoor weet ik hoe makkelijk je hier lange skidagen maakt. Met 275 km pistes is het gebied niet het grootste uit deze lijst, maar de verbindingen tussen de verschillende dorpen maken het ontzettend geschikt voor tochten.
Vanuit Westendorf richting Brixen im Thale en vervolgens steeds verder de SkiWelt in, of vanuit Söll via Scheffau richting Ellmau en Going: je kunt hier allerlei grote rondes bedenken.
Het hoogteverschil is minder extreem dan bijvoorbeeld in de 4 Vallées en het gebied ligt ook lager, maar voor kilometers maken hoeft dat helemaal geen nadeel te zijn. Er liggen veel toegankelijke rode en blauwe pistes en de verbindingen zijn logisch.
Mijn grootste probleem hier is meestal niet de pistekaart, maar de hoeveelheid gezellige berghutten onderweg. Met zo'n 80 veelal traditionele hutten is een snelle lunch soms ineens toch iets minder snel. Er moet tenslotte ook nog geskied worden.
7. Dolomiti Superski – Italië: 1200 km met één skipas
Voor wintersporters die een skitocht bijna leuker vinden dan zomaar een piste afdalen. Dan de vreemde eend in deze lijst. Met de Dolomiti Superski-pas heb je toegang tot maar liefst 1200 km pistes. Dat klinkt alsof je vanuit één liftstation drie weken alle kanten op kunt skiën, maar zo werkt het niet: de verschillende skigebieden zijn niet allemaal met pistes aan elkaar verbonden.
Rond het Sellamassief ligt wél een enorm verbonden netwerk. Hier kun je de beroemde Sella Ronda skiën en via onder andere Val Gardena, Alta Badia, Arabba en Val di Fassa helemaal rond het imposante bergmassief trekken.
Zelf vind ik het hier bijna zonde om ’s ochtends zomaar wat liften te pakken. Pistekaart erbij, bestemming kiezen en gáán. De Sella Ronda is de bekendste tocht, maar je kunt allerlei uitstapjes en andere routes toevoegen.
Alleen één klein detail: als je de hele ochtend enthousiast steeds verder skiet, moet je aan het einde van de middag natuurlijk ook nog terug. Dat wil je bij het plannen nog weleens vergeten.
Uiteindelijk draait het niet alleen om pistekilometers
Na in al deze skigebieden geskied te hebben, zou ik niet automatisch zeggen dat het gebied met de meeste kilometers ook het leukste is voor fanatieke skiërs. Voor mij draait het vooral om hoe makkelijk je een lange tocht kunt maken, hoeveel afwisseling je onderweg hebt en of je aan het einde van de dag het gevoel hebt echt ergens geweest te zijn.
En misschien is het nog simpeler. Ik vind het gewoon leuk om ’s ochtends op de pistekaart te kijken, een plek aan de andere kant aan te wijzen en te denken: daar gaan we vandaag naartoe. Al moet er natuurlijk wel ergens tijd overblijven voor Kaiserschmarrn, tartiflette of pasta. Prioriteiten.
Wintersport boeken bij deze reisorganisaties:
Wintersport boeken via onze partners? Bekijk het aanbod bij onderstaande reisorganisaties.