Sommige wintersportdorpen zijn van die klassiekers die je eigenlijk een keer gezien moet hebben in je leven. Of beter nog: je moet er geskied hebben. Zo stond Saas-Fee als jaren op mijn ‘daar-wil-ik-echt-heel-graag-eens-heen-lijst’. Zo’n Zwitsers autovrij dorp met een lange skigeschiedenis, omgeven door vierduizenders én skiën op hele grote hoogte. Begin februari dit jaar was het dan zover! Jeej, eindelijk naar Saas-Fee!
Saas-Fee en het Saastal: wintersprookje met vierduizenders
Saas-Fee is zo’n dorp waar je spontaan langzamer gaat lopen. Autovrij, houten chalets, knusse hotels, heel af en toe ook een lelijk gebouw en overal uitzicht op indrukwekkende vierduizenders: in totaal maar liefst 18 stuks rondom het dal. Het skigebied reikt tot maar liefst 3600 meter hoogte op de gletsjer en staat bekend om zijn sneeuwzekerheid. Brede pistes, sportieve afdalingen, zonovergoten terrassen en uitzicht dat je steeds opnieuw doet stoppen voor “nog één foto”. Het Saastal zelf is compact en overzichtelijk, met naast Saas-Fee ook Saas-Grund, Saas-Almagell en Saas-Balen. Alles draait hier om bergen, rust en frisse lucht en eerlijk: je voelt je hier gewoon even heel klein (op een goede manier).
Zo kom je in Saas-Fee (en dit is écht de snelste manier)
Vanaf Utrecht is Saas-Fee iets meer dan 900 km. De snelste én leukste route? Via Kandersteg met de autotrein door de Lötschbergtunnel. Dat scheelt flink wat omrijden en je staat in no-time aan de andere kant van de Alpen. Wij vinden het altijd iets magisch hebben: je rijdt de trein op, even ontspannen, en een klein halfuur later rol je weer de bergen in alsof je een geheime doorgang hebt genomen. Vanaf daar is het nog een prachtige rit door Wallis richting het Saastal. Let op: Saas-Fee zelf is autovrij, dus je parkeert je auto in de parkeergarage of op de parkeerplaats aan de rand van het dorp. Daarna neem je een elektrisch shuttlebusje of wandel je met je koffers (goed voor de après-ski-conditie) naar je accommodatie.
Hip hotel met uitzicht vanuit je bed
We slapen in het vrij nieuwe Revier Hotel, aan het begin van het dorp. Officieel “aan de rand”, maar in de praktijk gewoon ideaal: parkeer je auto een beetje handig en je staat binnen een minuut bij de receptie. Of beter gezegd: bij de incheckdesk, want hier doe je dat gewoon zelf. Geen baliegesprekken, geen sleutelbos: alles strak, efficiënt en modern. De kamers zijn minimalistisch, veel hout, veel rust. Maar de échte blikvanger? Het enorme bed van twee bij twee meter dat letterlijk tegen het raam is geplaatst. Alsof iemand dacht: waarom zou je ooit nog opstaan zonder uitzicht? Je valt in slaap met zicht op de bergen en wordt wakker met precies hetzelfde decor. Geen gordijnen openrukken nodig, gewoon ogen open en: wauw.
Alles werkt hier digitaal. Je opent je kamer met een app op je telefoon. Superhip natuurlijk, maar het betekent wel dat je iPhone ineens belangrijker is dan ooit. Even zonder telefoon naar beneden lopen zit er dus niet in. Het ontbijt is eenvoudig maar precies goed: knapperig brood, goede kaas en een fijne mok thee. Meer heb ik eerlijk gezegd niet nodig voordat ik de bergen in ga. Soms is simpel gewoon perfect.
Meer dan 100 restaurants om uit te kiezen
In Saas-Fee hoef je écht nooit te denken: “Waar gaan we eten?” Met meer dan 100 restaurants is de grootste uitdaging hier kiezen. De eerste avond schuiven we aan bij Restaurant Vieux-Chalet, volgens locals dé plek voor kaasfondue. En ja, kaasfondue eten in Zwitserland voelt bijna als een morele verplichting. Alleen… na een hele dag in de auto, met bergen, tunnels en haarspeldbochten, hebben we vooral zin in iets simpels dat niet in een pan gesmolten kaas drijft. Marloes gaat voor kip met groente en rijst, eenvoudig, maar precies goed. En ik? Als flexitariër maak ik in de Alpen soms een strategische uitzondering. Dit keer wordt het een entrecote. En niet zomaar eentje. Perfect gebakken, mals, vol smaak. Zo’n bord waarbij je na de eerste hap even stil wordt en alleen nog maar kunt knikken.
Indruk van het dorp Saas-Fee
Met deze piste wil je élke skidag beginnen
We hebben serieus mazzel op onze eerste skidag: een strakblauwe lucht, zon op de toppen en verse pistes die liggen te shinen alsof ze speciaal voor ons zijn geprepareerd. Een local tipt ons om de dag te starten bij Plattjen. “Gewoon doen,” zei ze. En gelijk had ze. Na eerst even schaamteloos veel foto’s van het uitzicht te hebben gemaakt, klikken we in en duiken de rood-zwarte afdaling in. Wat een droompiste. Griffige sneeuw, perfecte grip, geen ijsplaat te bekennen en precies lekker in de vallijn. En dan ook nog bijna leeg. Eén keer naar beneden is absoluut niet genoeg. Dus ja, we doen ’m nog een paar keer. Puur voor de zekerheid.
Skiën tot 3600 meter (en dat voel je)
Na Plattjen trekken we door richting Felskinn en nemen de metro naar Mittelallalin op 3500 meter hoogte. Dat is zo’n moment waarop je even checkt: heb ik dit vaker gedaan, zo hoog geskied? Ja. Vaak? Nee. Je merkt het meteen. Aan je adem, aan de ijlere lucht en ergens ook aan het besef dat je hier echt hóóg zit. De pistes liggen er ook hier fenomenaal bij. Strak en met dat typische hoogalpiene decor dat bijna onwerkelijk voelt. Natuurlijk pakken we ook nog de sleeplift naar het hoogste punt op 3.00 meter. Skiën op die hoogte, met uitzicht op eindeloze gletsjers en vierduizenders, is gewoon bijzonder. Lunchen doen we in het hoogste draairestaurant ter wereld bij Mittelallalin. Terwijl het uitzicht langzaam om ons heen draait, gaat Marloes voor een pasta en kies ik voor een vegieburger (lichte compensatie voor de entrecote van gisteren).
De perfecte skidag in Saas-Fee in foto's
Heerlijke afsluiters van een perfecte skidag
In de middag verkennen we nog wat pistes rond Felskinn en pakken we de gondel richting Spielboden. Het is zo’n dag waarop alles klopt. Zon, sneeuw en super pistes. En heel eerlijk: dit zijn de beste sneeuwcondities die ik dit seizoen onder mijn ski’s heb gehad. Après-ski kennen ze hier trouwens ook. Er is zelfs een heuse “après-ski mile” met genoeg gezellige plekken. Wij ploffen neer bij The Larix, drankje in de zon, muziekje erbij: precies goed. ’s Avonds zitten we bij restaurant Mistral. Verfijnd, culinair en echt een andere sfeer dan de avond ervoor. Terwijl we daar zitten, realiseren we ons: morgen alweer naar door naar de volgende bestemming. Veel te snel. Ik had met gemak nog een week willen blijven. Al was het maar om nog meer pistes én restaurants van Saas-Fee uit te proberen.
Saas-Grund: misschien is het uitzicht hier nog wel mooier
Voordat we doorrijden naar onze volgende Zwitserse bestemming, klikken we nog één keer in. Dit keer in Saas-Grund. Klein, overzichtelijk en knus, maar wél met liften die je tot ver boven de 3000 meter brengen. Het uitzicht is hier misschien nog indrukwekkender dan in Saas-Fee, juist omdat je de imposante vierduizenders van nét wat verder ziet liggen. Alsof je er even rustig naar mag kijken in plaats van er middenin te staan.
Zon, sneeuw , mist en alles daartussenin
Het weer besluit vandaag zijn eigen programma te draaien. Om de vijftien minuten verandert het decor: zon, sneeuw, mist, weer zon. We skiën letterlijk door de seizoenen heen. Maar eerlijk is eerlijk: het mag de pret niet drukken. De pistes liggen er opnieuw geweldig bij. Grip, rust en ruimte, precies zoals we het Saastal hebben leren kennen. De gletsjer blijft vandaag helaas dicht. Jammer, want die schijnt fantastisch te zijn. Ach, dan hebben we meteen een reden om terug te komen.
Een dag skiën in Saas-Grund
Met stip op de “hier-kom-ik-terug-lijst”
Na een stevige Käseschnitte bij de lunch, want tradities moet je serieus nemen, sluiten we onze tijd in het Saastal af. Het waren dagen met hoogte, letterlijk en figuurlijk. Veel sneeuw, veel zon, veel wow-momenten. En één conclusie is duidelijk: Saas-Fee en het Saastal mogen zonder twijfel op de ‘hier-kom-ik-terug-lijst’. En dan wel ergens in de hogere regionen.