De komende dagen lijkt het eerder lente dan winter in de Alpen. Overdag kan het in dalen 18 tot 20 graden worden en ook op 2000 meter hoogte vriest het niet. De zon schijnt volop en dat verandert de manier van skiën. De sneeuw wordt snel papperig en zeker met drukte kunnen er flinke sneeuwhopen ontstaan. Niet ideaal en het vraagt om de nodige aanpassingen. In dit blog vind je tips om juist bij deze zachte condities maximaal plezier én controle op de piste te houden.
In het kort:
- Start vroeg. Profiteer ’s ochtends van de beste pistes. Plan je skidag flexibel naar de skicondities – langer pauzeren op een terras of 's middags iets anders doen. Blijf genieten!
- Pas je skitechniek aan. Skiën met papsneeuw en slushbulten vraagt om een aangepaste skitechniek.
- Bescherm jezelf tegen zon en warmte. Drink voldoende en smeer je regelmatig in met zonnebrand met een hoge factor.
1. De eerste lift omhoog
Bij zachte lentecondities kun je het beste de wekker vroeg zetten. Neem de eerste lift omhoog om zo lang mogelijk van de beste pistecondities te genieten. Als het ’s nachts voldoende afkoelt, vriest de bovenlaag op, en zijn de pistes lekker stevig. Ski je eerste afdalingen tussen 8.30 en 11.00 uur, dan is het vaak nog lekker rustig. De zon zal de pistes snel zachter maken. Later op de dag verandert de sneeuw in slush, wat skiën vermoeiender maakt.
2. Kies pistes op de juiste hellingen
Niet alle pistes gedragen zich hetzelfde bij warm weer:
- Noordhellingen: blijven langer in goede conditie, omdat ze minder direct zonlicht krijgen. Je skiet hier misschien in de schaduw, maar daardoor blijven de afdalingen wel langer in goede staat.
- Bosrijke afdalingen: bomen zorgen voor schaduw en kunnen, ook al liggen de pistes misschien lager, de opwarming uitstellen.
Ski in het geval van zonnige lentecondities niet met de zon mee, maar blijf grotendeels uit de zon. Zonnige zuidhellingen worden sneller zacht en slushy.
3. De hoogte in
Skigebieden met veel pistes boven de 2000 meter zijn ideaal voor deze lentecondities. De komende dagen kan de thermometer in de dalen 18 tot 20 graden aangeven, maar hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt. En ondanks dat ook de thermometer op 2000 meter hoogte waarden in de plus aangeeft, blijven de pistes daar langer goed. Zo kun je langer genieten van betere sneeuwcondities.
4. Smeren, smeren, smeren!
De zon schijnt de komende dagen volop en dat betekent dat je regelmatig moet smeren met zonnebrand. Kies voor een hoge factor van minimaal SPF30, bij voorkeur SPF50. Check of deze zowel UVA- als UVB-bescherming biedt. Vergeet bovendien je lippen niet. Gebruik daarvoor een lippenbalsem met SPF.
Hoe vaak moet je zonnebrand smeren op wintersport? Iedere twee uur! En altijd 15 minuten voordat je voor het eerst naar buiten gaat!
5. Goed hydrateren
Met warm weer en zwaardere pistecondities kun je flink transpireren. Om uitdroging te voorkomen is het belangrijk dat je voldoende water drinkt. Stop een flesje in je rugzak en neem in iedere lift een paar slokken. Zo houd je voldoende energie en krijg je geen klachten als hoofdpijn. Dat biertje op het terras is nu extra verleidelijk, maar drink ook daar een glas water bij!
6. De juiste wax en ski’s
Beschik je over bredere ski’s of kun je misschien wisselen bij de skiverhuur? Die hebben meer drijfvermogen op zachtere sneeuw en voelen zich veel meer thuis in deze condities. Ook een verse laag wax kan wonderen doen, bij voorkeur eentje die geschikt is voor lentecondities. Merk je dat je weinig grip hebt ’s ochtends op de harde pistes? Breng ze dan nog even langs voor een complete beurt: waxen én slijpen.
7. Pas je ski-outfit aan
Op dit soort dagen kan het ’s ochtends fris aanvoelen, zeker daar waar op dit moment sprake is van hoge mist. Onder de mistlaag is het grijs en koel, boven is het zonnig. Kies daarom voor laagjes, zodat je altijd iets uit kunt trekken.
8. Eerder stoppen en genieten op het terras
Het liefst sta je van vroeg tot laat op de pistes, maar met lenteachtige condities is het echt niet erg om eerder te stoppen. Voelen je benen verzuurd en merk je dat je moe wordt? Breng je ski’s naar het skihok en zoek een fijn terras op voor een lekkere lunch in de zon.
9. Pas je skitechniek aan
Skiën in zachtere sneeuw hoeft echt geen straf te zijn, het kan zelfs verrassend leuk zijn. Wel vraagt het om enkele aanpassingen:
- Houd snelheid. In zachte sneeuw is het belangrijk om je snelheid te behouden en scherpe bochten te vermijden. Laat je ski's de vallijn volgen, waarbij de ski’s iets meer naar beneden wijzen dan je normaal misschien doet.
- De zijkant van de piste. Vermijd de zachte middenstukken, maar blijf juist wat meer aan de zijkant skiën. Daar vind je vaak betere condities.
- Maak ruime in plaats van scherpe bochten. Houd snelheid, zodat je niet vast komt te zitten in de sneeuw.
- Gebruik je knieën als schokdempers. De zachte sneeuw is vaak vol met oneffenheden en bulten, dus het is belangrijk om je knieën goed te buigen. Dit helpt om schokken op te vangen en zorgt voor een soepelere rit.
- Bredere ski’s. Die hebben meer drijfvermogen en zijn beter in staat om door de zachte, slushy sneeuw te glijden. Ze bieden meer stabiliteit en maken skiën in deze condities makkelijker.
10. Ga ’s middags iets anders doen
In de ochtend profiteer je van de beste pistecondities. Heb je geen zin in zware papsneeuw? Waarom ga je ’s middags niet iets anders doen? Bijvoorbeeld rodelen, winterwandelen of naar de wellness.