Laatste update 25 augustus 2026 — IRI houdt de kans op El Niño op 100%; de volgende NOAA-update volgt op 10 september. El Niño is dit voorjaar en deze zomer veel harder doorgezet dan de modellen voorzagen. De Niño3.4-index, de standaardmaat voor de sterkte van het verschijnsel, klom van +0,47 °C in april naar +2,03 °C in juli. Daarmee lag de index in juli al hoger dan in oktober 1997 en september 2015, de twee sterkste El Niño's die ooit zijn gemeten. Het IRI zet de kans op El Niño deze winter op 100% en constateert daarbij dat de eigen intensiteitsschaal tekortschiet: die stopt bij +2,0 °C, terwijl 15 van de 26 modellen boven +3,0 °C uitkomen. Betekent dat automatisch veel sneeuw of een strenge winter in de Alpen? Nee. Wat het wel en niet betekent voor jouw wintersport, zetten we hieronder op een rij.
In het kort: winterverwachting 2026/2027
Wordt de winter van 2026/2027 koud, zacht, sneeuwrijk of juist wisselvallig? Een concrete sneeuwvoorspelling voor de Alpen is nu nog niet te maken, maar de belangrijkste klimaatfactor is inmiddels uitzonderlijk duidelijk geworden.
- 🌊 De Niño3.4-index klom van +0,47 °C in april naar +2,03 °C in juli — in vier maanden dwars door de drempel voor een zeer sterk event heen.
- 📊 Daarmee lag de index in juli al hoger dan in oktober 1997 en september 2015, de twee sterkste El Niño's die ooit zijn gemeten.
- 📈 Het IRI geeft 100% kans op El Niño deze winter; NOAA geeft 95% kans dat het een zeer sterk event wordt.
- 🏆 15 van de 26 modellen komen boven +3,0 °C uit, boven de bovengrens van de officiële schaal.
- 🇪🇺 Het Europa-signaal: zacht, nat en zuidwestelijk, met een actieve stormbaan. Veel neerslag, maar een hoge sneeuwgrens.
- 🌀 De joker is de polar vortex: het ECMWF ziet kans op een verstoring in december of januari, wat de winter alsnog kan omgooien.
- ❄️ Voor de Alpen blijft dit geen sneeuwgarantie: er is geen aangetoond verband tussen El Niño en sneeuwval in de Alpen.
- ⛷️ Praktisch: hoogte en de noordflank van de Alpen zijn dit jaar de veiligste keuze.
Wat zijn de nieuwste signalen?
Sinds de vorige update van dit artikel is er veel veranderd, en niet in kleine stapjes.
De metingen
De officiële maandreeks van het Climate Prediction Center laat een steile klim zien: +0,47 °C in april, +0,94 in mei, +1,55 in juni en +2,03 in juli. In vier maanden ging de index van net boven neutraal naar de drempel voor een zeer sterk event. Ter vergelijking: in juli 1997 stond de index op +1,27 en in juli 2015 op +1,26, allebei ruim een halve graad lager dan nu. In de Niño1+2-regio voor de kust van Zuid-Amerika loopt de afwijking op tot +3,56 °C, en onder het zeeoppervlak zijn plaatselijk afwijkingen tot +10 °C gemeten. De warmte-inhoud van de bovenlaag van de Stille Oceaan was in juli de hoogste sinds het begin van de metingen in 1979.
De verwachtingen
In de analyse van 13 augustus verhoogde NOAA de kans op een zeer sterke El Niño in oktober tot december van 81% naar 95%. Daarnaast berekent NOAA 69% kans dat de RONI-index boven +2,5 °C uitkomt, met een mediaan van +2,66 °C. RONI is een variant op Niño3.4 die corrigeert voor de wereldwijde opwarming van de oceanen en is daarmee de eerlijkste maat om dit event met 1982 of 1997 te vergelijken. Wordt die drempel gehaald, dan is dit de sterkste El Niño sinds ten minste 1950.
De modellen
Het IRI publiceerde op 19 augustus zijn maandelijkse overzicht en zet de kans op El Niño op 100% van augustus tot en met februari 2027. Van de 26 modellen plaatsen er 25 het event in de zwaarste categorie. Het IRI schrijft er zelf bij dat die categorie tekortschiet: de schaal stopt bij +2,0 °C, terwijl 15 modellen op of boven +3,0 °C uitkomen. Belangrijk om erbij te zeggen: het record staat op +2,72 °C uit november 2015. Dat is nog niet gehaald. De modellen wijzen er ruim overheen, maar tot die piek er werkelijk is, blijft "de sterkste ooit" een verwachting en geen feit.
Wat weten we nu al over winter 2026/2027?
De belangrijkste ontwikkeling voor winter 2026/2027 zit op dit moment in de tropische Stille Oceaan. Daar warmt het zeewater op in het gebied dat bepalend is voor ENSO: de El Niño-Southern Oscillation. ENSO kent drie fases: El Niño, La Niña en neutraal. Bij El Niño is het zeewater in delen van de centrale en oostelijke tropische Stille Oceaan warmer dan normaal, terwijl het bij La Niña juist kouder is. Deze zogenoemde ENSO-cyclus heeft veel invloed op weerpatronen rond de Stille Oceaan en kan via veranderingen in de wereldwijde luchtcirculatie ook gevolgen hebben voor Europa. Voor de Alpen blijft die invloed indirect.
Dit weten we wel
- El Niño is uitzonderlijk sterk: de Niño3.4-index stond in juli al op +2,03 °C, hoger dan in oktober 1997 en september 2015.
- Het event groeit nog steeds en piekt naar verwachting in november of december.
- NOAA geeft 95% kans op een zeer sterke fase in oktober tot december; het IRI geeft 100% kans op El Niño deze winter.
- El Niño kan wereldwijd de luchtcirculatie, temperatuur en neerslagverdeling beïnvloeden.
- De invloed op Europa kan verschillen tussen de vroege en late winter.
Dit weten we nog niet:
- Of winter 2026/2027 in Europa gemiddeld koud of zacht wordt.
- Of de Alpen meer of minder sneeuw krijgen dan normaal.
- Welke kant van de Alpen de meeste neerslag ontvangt.
- Hoe hoog de sneeuwgrens tijdens belangrijke neerslagperiodes ligt.
- Of december, januari en februari een vergelijkbaar weerpatroon krijgen.
Voor Europa is de invloed van El Niño minder direct dan in veel gebieden rond de Stille Oceaan. Andere factoren kunnen het El Niño-signaal versterken, veranderen of overstemmen. Eerdere El Niño-winters hebben in Europa dan ook sterk uiteenlopende uitkomsten laten zien.
Wordt winter 2026/2027 een strenge winter?
Dat is nu nog niet betrouwbaar te voorspellen. Dat El Niño uitzonderlijk sterk is, betekent niet automatisch dat Europa een strenge winter krijgt, en evenmin dat de Alpen een sneeuwrijke of juist sneeuwarme winter tegemoetgaan. Het gemiddelde over een heel seizoen zegt bovendien weinig: een relatief zachte winter kan meerdere koude en sneeuwrijke weken bevatten, en een koude winter kan lange droge periodes kennen waarin nauwelijks verse sneeuw valt. De eerlijke stand van zaken: winter 2026/2027 heeft een uitzonderlijk krachtig klimaatsignaal, maar nog geen betrouwbare sneeuwverwachting voor Europa of de Alpen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief!
Wil jij op de hoogte blijven van het laatste nieuws op het gebied van wintersport, handige tips én de beste aanbiedingen ontvangen? Schrijf je dan nu in voor de nieuwsbrief!
El Niño en ENSO: waarom iedereen hiernaar kijkt
De ENSO-cyclus is een van de belangrijkste natuurlijke klimaatschommelingen op aarde. In periodes van drie tot zeven jaar verandert de temperatuur van het water van de centrale en oostelijke tropische Stille Oceaan (Pacific). Het gaat hier om temperatuurschommelingen van 1 tot 3 °C (warmer of kouder). Tijdens El Niño is het zeewater in delen van de centrale en oostelijke tropische Stille Oceaan warmer dan gemiddeld. Dat beïnvloedt tropische regenpatronen, luchtdruk en wind. Via veranderingen in de wereldwijde luchtcirculatie kan dit uiteindelijk ook gevolgen hebben voor gebieden die duizenden kilometers verderop liggen.
El Niño-events bereiken vaak hun grootste kracht rond het einde van het kalenderjaar. Dat maakt de huidige ontwikkeling interessant voor winter 2026/2027. Het event zal naar verwachting verder groeien richting de periode waarin ook het wintersportseizoen op gang komt.
Voor wintersporters is vooral de vervolgvraag belangrijk: hoe vertaalt zo’n wereldwijd klimaatsignaal zich naar sneeuw in de Alpen? Daar bestaat geen eenvoudig antwoord op. Voor Europa blijft de invloed indirect en afhankelijk van andere factoren, zoals de NAO, de straalstroom, ontwikkelingen in de stratosfeer en de ligging van hoge- en lagedrukgebieden.
Wat kan El Niño betekenen voor wintersport in de Alpen?
Voor de Alpen bestaat geen vaste El Niño-uitkomst. Eerdere El Niño-winters pakten in Europa heel verschillend uit. De invloed kan bovendien worden versterkt of afgezwakt door onder meer de NAO, straalstroom en drukverdeling boven de Atlantische Oceaan. Voor Noord-Europa wordt El Niño gemiddeld in verband gebracht met een grotere kans op zacht, nat en winderig weer in de herfst en het begin van de winter. Later in de winter kan de kans op rustiger en kouder weer toenemen. Dit is echter geen specifieke weersverwachting voor de Alpen en zeker geen garantie dat winter 2026/2027 volgens dit patroon verloopt. Voor wintersporters zijn vooral de volgende mogelijke kansen en risico’s relevant.
Mogelijke kansen
- Veel sneeuw op hoogte: vochtige lucht kan bij voldoende kou voor sneeuwrijke periodes zorgen, vooral in hooggelegen skigebieden.
- Een goede sneeuwbasis boven 1800-2000 meter: terwijl het in de dalen regent, kan het hogerop langdurig sneeuwen.
- Sneeuwrijke weken in een zachte winter: een gemiddeld zachte winter kan alsnog meerdere koude fases met veel sneeuw bevatten.
- Een andere tweede winterhelft: een zachte decembermaand zegt nog weinig over januari, februari en maart.
Mogelijke risico’s
- Een hoge sneeuwgrens: tijdens zachte fases kan neerslag in de dalen als regen vallen.
- Grotere verschillen tussen hoge en lage skigebieden: vooral lager gelegen pistes en dalafdalingen zijn kwetsbaar.
- Meer risico rond kerst en oud en nieuw: aan het begin van het seizoen is de natuurlijke sneeuwbasis vaak nog beperkt.
- Harde wind: storingen kunnen sneeuw brengen, maar ook storm, slecht zicht en tijdelijke sluitingen van skiliften.
- Regen op sneeuw: dit kan de sneeuwkwaliteit verslechteren en na afkoeling voor harde of ijzige pistes zorgen.
- Grote regionale verschillen: de Noord- en Zuid-Alpen profiteren niet van dezelfde stromingen.
- Tijdelijke overlast door veel sneeuw: denk aan lawinegevaar, verkeershinder en afgesloten passen.
El Niño is niet automatisch goed of slecht voor wintersport. De grootste kans is dat vochtige periodes veel sneeuw opleveren wanneer er genoeg koude lucht aanwezig is. Het belangrijkste risico is dat dezelfde neerslag tijdens zachte fases in lager gelegen skigebieden als regen valt.
Wat zeggen NOAA, IRI, ECMWF, Met Office, WMO, JMA en BoM?
De nieuwste langetermijnmodellen en updates van internationale klimaatdiensten wijzen in dezelfde richting: El Niño is uitzonderlijk sterk en groeit nog steeds. Voor Europa en de Alpen blijft de exacte uitwerking onzeker.
- NOAA (13 augustus): 95% kans op een zeer sterk event in oktober tot december, en 69% kans dat de RONI-index boven +2,5 °C uitkomt. De kans dat het aanhoudt tot het vroege voorjaar van 2027 blijft 97%.
- IRI (19 augustus): 100% kans op El Niño van het najaar tot en met februari 2027. Van de 26 modellen plaatsen er 25 het event in de zwaarste categorie, en 15 modellen komen op of boven +3,0 °C uit.
- CPC (maandreeks): Niño3.4 stond in juli 2026 op +2,03 °C, tegen +1,27 in juli 1997 en +1,26 in juli 2015.
- BoM: de warmte-inhoud van de bovenlaag van de Stille Oceaan was in juli de hoogste sinds het begin van de metingen in 1979.
- ECMWF: de augustusrun wijst voor Europa op een zachte, natte winter met een westelijke tot zuidwestelijke stroming, en op een verhoogde kans dat de polar vortex in december of januari verstoord raakt.
- Met Office: houdt rekening met een zachte, winderige start van de winter, gevolgd door een kouder tweede deel.
- Copernicus: natter dan normaal in West- en Zuid-Europa, met grote onzekerheid.
- WMO: benadrukt dat de regionale gevolgen van een sterk El Niño-signaal sterk kunnen verschillen.
Kortom: de modellen zijn het eens over de kracht van El Niño, maar nog niet over wat dat precies betekent voor sneeuw, kou en winterweer in de Alpen.
Wat betekent een zeer sterke El Niño?
‘Zeer sterk’ verwijst naar de temperatuurafwijking van het zeewater in de tropische Stille Oceaan. Het zegt niet automatisch dat de gevolgen voor Europa of de Alpen ook zeer sterk zijn.
- NOAA berekent 95% kans op een zeer sterke El Niño in oktober tot december 2026, en 69% kans dat de RONI-index boven +2,5 °C uitkomt.
- BoM ziet eveneens signalen voor een sterk tot zeer sterk event, mogelijk bij de hoogste waarden sinds 1950.
- Ook volgens relatieve meetmethodes blijft het El Niño-signaal krachtig, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de algemene opwarming van de oceanen.
- De term ‘super El Niño’ gebruiken we niet: die heeft geen vaste officiële definitie en kan de indruk wekken dat ook het Alpenweer uitzonderlijk wordt.
Kortom: El Niño kan zeer sterk worden, maar de gevolgen voor sneeuw en winterweer in de Alpen blijven onzeker.
NAO: de grote joker voor sneeuw in Europa
Voor Europa en de Alpen is naast El Niño de NAO belangrijk. NAO staat voor Noord-Atlantische Oscillatie en beschrijft het luchtdrukverschil tussen het gebied rond IJsland en het hogedrukgebied bij de Azoren.
Bij een positieve NAO zijn de westenwinden boven de Atlantische Oceaan vaak sterker. Noordwest-Europa krijgt dan vaker zachte, natte en winderige omstandigheden. Voor de Alpen kunnen meer neerslaggebieden volgen, maar de sneeuwgrens kan door de zachte oceaanlucht ook relatief hoog liggen.
Bij een negatieve NAO zijn de westenwinden vaak zwakker. Hogedrukblokkades kunnen dan koude lucht vanuit het noorden of oosten richting Europa laten stromen. Dat vergroot de kans op winterse periodes, maar alleen wanneer tegelijkertijd voldoende vocht de Alpen bereikt.
El Niño vormt mogelijk de wereldwijde achtergrond, maar de NAO bepaalt mede waar koude lucht en neerslaggebieden boven Europa terechtkomen. Voor de Alpen wordt de NAO later dit jaar dus een belangrijke factor. El Niño kan de grote achtergrond vormen, maar de NAO bepaalt mede of de winter in Europa zacht, nat, koud, droog of sneeuwrijk uitpakt.
Polar vortex: hier zit het echte verhaal voor Europa
Ook de Polar Vortex komt vaak voorbij in winterverwachtingen. De Polar Vortex is een sterke windcirculatie hoog in de stratosfeer rond de Noordpool. In sommige winters raakt deze vortex verstoord of verzwakt (zoals afgelopen winter). Dat kan later gevolgen hebben voor de drukverdeling en de kans op koude luchtuitbraken richting Europa. Het effect is echter niet onmiddellijk en een verzwakte Polar Vortex garandeert geen kou in Nederland of de Alpen.
Voor winter 2026/2027 wijzen de seizoensmodellen van het ECMWF op een verhoogde kans dat de vortex in december of januari verstoord raakt. Bij zeer sterke El Niño-winters komt zo'n verstoring midden in het seizoen vaker voor dan gemiddeld. Twee omstandigheden spelen mee, en ze wijzen niet dezelfde kant op.
De QBO staat in westelijke fase. De QBO is een windpatroon hoog boven de evenaar dat ongeveer elke twee jaar van richting wisselt. In de huidige westelijke fase is de vortex doorgaans stabieler, wat voor Europa richting zachter en natter wijst, met de sneeuw noordelijker dan gemiddeld.
Het zee-ijs rond Spitsbergen is recordlaag. In de Barentsz- en Karazee ligt uitzonderlijk weinig ijs. Onderzoek koppelt juist dat gebied aan een zwakkere polar vortex later in de winter. Zeker is dat verband niet, maar het wijst de andere kant op dan de QBO.
Precies die tegenstrijdigheid is waarom niemand nu een betrouwbare uitspraak over januari kan doen. Wat wel vaststaat: er zijn dit jaar meer krachten in het spel dan normaal, en dat vergroot de kans op een grillige winter met uitschieters naar beide kanten.
Wat betekenen al deze signalen voor sneeuw in de Alpen?
Voor de Alpen is nog niet te zeggen of winter 2026/2027 overwegend sneeuwrijk, zacht, koud of wisselvallig wordt. El Niño maakt bepaalde grootschalige ontwikkelingen mogelijk, maar bepaalt niet welk weerpatroon uiteindelijk boven Europa ontstaat. Wel kunnen we de eerste scenario’s schetsen. Op basis van de seizoensrun van augustus is scenario 1 op dit moment het waarschijnlijkst: zacht, nat en zuidwestelijk. De andere drie blijven mogelijk, vooral als de polar vortex in december of januari verstoord raakt.
Scenario 1: zachte, wisselvallige fases met hoge sneeuwgrens
Wanneer een zachte westelijke stroming ontstaat, kunnen regelmatig neerslaggebieden de Alpen bereiken. Dat levert niet automatisch overal sneeuw op. In lager gelegen dalen kan het regenen, terwijl hogerop veel sneeuw valt. Hooggelegen skigebieden profiteren in zo’n patroon duidelijk meer dan lagere skigebieden. Vooral gebieden met veel pistes boven 2000 meter en gletsjers hebben dan een voordeel. Bekijk hier hooggelegen skigebieden met veel pistes boven 2000 meter ›››
Scenario 2: noordwestelijke stromingen en Nordstau
Wanneer neerslaggebieden vanuit het noordwesten de Alpen bereiken en er voldoende koude lucht aanwezig is, kunnen de Noord-Alpen sneeuwrijke fases beleven. Dat is vooral interessant voor delen van Oostenrijk, Zwitserland en de Franse Noord-Alpen. De exacte sneeuwverdeling hangt af van de windrichting, temperatuur en ligging van de verschillende bergketens. Bekijk hier skigebieden in de Noord-Alpen ›››
Scenario 3: blokkades en koude lucht uit het noorden of oosten
Bij hogedrukblokkades boven de Atlantische Oceaan of Noord-Europa kan koude lucht makkelijker vanuit het noorden of oosten naar de Alpen stromen. Dat vergroot de kans op een lage sneeuwgrens en winterse omstandigheden in de dalen. Voor veel verse sneeuw is echter ook een gunstig gelegen neerslaggebied nodig. Koud weer kan daarom ook zonnig en droog zijn.
Scenario 4: zuidkant profiteert bij zuidelijke stromingen
Bij zuidwestelijke of zuidelijke stromingen kan vochtige lucht tegen de zuidkant van de Alpen worden opgestuwd. Skigebieden in Italië, de zuidelijke Franse Alpen en delen van Zwitserland kunnen dan veel sneeuw krijgen. Tegelijkertijd kan aan de noordkant föhn ontstaan. Daar wordt het dan zachter, droger en soms stormachtig. Skigebieden in de Zuid-Alpen ›››
Sneeuwverwachting Oostenrijk, Frankrijk, Zwitserland, Italië en Duitsland
Een concrete sneeuwverwachting voor winter 2026/2027 per land is nu nog niet mogelijk. Wel zijn er per wintersportland al aandachtspunten voor wie nu naar Oostenrijk, Frankrijk, Zwitserland, Italië of Duitsland kijkt.
Oostenrijk
Voor Oostenrijk zijn stromingen vanuit het noordwesten vaak belangrijk, vooral voor de noordkant van de Alpen. Skigebieden in Vorarlberg, Tirol, Salzburgerland en delen van Stiermarken kunnen bij een Nordstau veel sneeuw krijgen. Bij zachte westelijke fases is hoogte belangrijker. Gletsjers en hooggelegen skigebieden blijven dan de veiligere keuze. Sneeuwzekere skigebieden in Oostenrijk ›››
Frankrijk
Frankrijk heeft als voordeel de vele hooggelegen skigebieden. Vooral in de Franse Alpen liggen veel dorpen en pistes op flinke hoogte. Dat is gunstig als de winter wisselvallig en relatief zacht verloopt. De Franse Noord-Alpen profiteren vaker van noordwestelijke sneeuwsituaties, terwijl de zuidelijke Franse Alpen afhankelijker zijn van storingen uit het zuiden of zuidwesten. Sneeuwzekere skigebieden in Frankrijk ›››
Italië
De Italiaanse Alpen zijn vaker afhankelijk van zuidelijke stromingen. In een winter met veel west- en noordwestweer kan de zuidkant droger uitpakken. Bij zuidstau of Genua-laagjes kan er juist veel sneeuw vallen. De Dolomieten hebben daarnaast veel sterke sneeuwkanonnen, wat in wisselvallige winters een belangrijke basis kan geven. Sneeuwzekere skigebieden in Italië ›››
Zwitserland
Zwitserland heeft door de centrale ligging meerdere sneeuwscenario’s. De noordkant kan profiteren van Nordstau, terwijl Wallis en Graubünden soms juist bij andere stromingen goed uitpakken. Hoogte en ligging spelen een grote rol, zeker wanneer de sneeuwgrens tijdelijk stijgt. Sneeuwzekere skigebieden in Zwitserland ›››
Duitsland
De Duitse skigebieden liggen lager dan veel andere gebieden en zijn daardoor gevoeliger voor zachte fases en een hoge sneeuwgrens. De beste sneeuwkansen liggen meestal in de hogere gebieden, zoals de Zugspitze, Garmisch-Classic, Oberstdorf/Kleinwalsertal en delen van het Beierse Woud en Zwarte Woud. In Winterberg en het Sauerland zijn koude nachten, kunstsneeuw en timing extra belangrijk.
Wat kun je hier als wintersporter nu al mee?
Een lange-termijnverwachting is geen reden om nu één land of skigebied volledig af te schrijven. Wel kun je bij vroeg boeken rekening houden met de kwetsbaarheid van een bestemming.
- Hoogte: gebieden met een groot aandeel pistes op grotere hoogte (boven 1800-2000) meter zijn minder kwetsbaar wanneer de sneeuwgrens tijdelijk stijgt. Dit is vooral relevant voor een wintersport in december en rond de feestdagen.
- Gletsjers: gletsjerskigebieden bieden meer zekerheid in het voor- en naseizoen. Gletsjerskigebieden in de Alpen ›››
- Ligging: noordhellingen houden sneeuw langer vast dan zonnige zuidhellingen. Ook zijn er skigebieden zoals Ski Arlberg die door de natuurlijke ligging in een Schneeloch altijd de hoogste sneeuwkansen hebben.
- Sneeuwkanonnen: technische sneeuw kan in droge of wisselvallige periodes het verschil maken. Daarvoor zijn wel voldoende koude en droge uren nodig. Een modern sneeuwsysteem is dus geen garantie wanneer het langdurig te zacht blijft.
- Flexibel boeken: wie kan schuiven met de datum of bestemming, heeft meer kans om goede sneeuwcondities te treffen.
Voor kerst en oud en nieuw is hoogte extra belangrijk. Voor januari en februari is de sneeuwbasis vaak beter, maar ook dan blijft de sneeuwgrens bepalend. Sneeuwzekere skigebieden voor een wintersport kerst ›››
Komt er sneeuw in Nederland in winter 2026/2027?
Veel mensen zoeken bij deze winterverwachting ook naar sneeuwkansen in Nederland. Daarvoor is het nu nog te vroeg. El Niño maakt de winter van 2026/2027 meteorologisch interessant, maar bepaalt niet rechtstreeks of er sneeuw in Nederland valt.
Voor sneeuw in Nederland moeten koude lucht, neerslag en timing precies samenvallen. De ligging van hogedrukgebieden, de NAO en de aanvoer van koude lucht uit het noorden of oosten zijn daarvoor belangrijker dan El Niño alleen.
Een zeer sterke El Niño kan wereldwijd duidelijke weerpatronen beïnvloeden, maar de uitwerking voor Nederland is indirect. Zelfs wanneer winter 2026/2027 gemiddeld zacht verloopt, kan Nederland enkele winterse dagen of een sneeuwperiode krijgen. Andersom garandeert een koude maand niet dat er ook veel sneeuw valt.
Wat zegt de 100-jarige kalender over winter 2026/2027?
Naast moderne weermodellen kijken we ook naar de 100-jarige kalender. Die kalender is historisch interessant, maar geen wetenschappelijke weersvoorspelling. De 100-jarige kalender is in de 17e eeuw door Mauritius Knauer ontwikkeld en gebaseerd op het feit dat het weerbeeld zich elke paar jaar herhaalt. Hij richtte zich onder andere op de stand van de zon, de man en planeten. 2026 is een Mercuriusjaar en 2027 is een maanjaar.
- Oktober: begint met neerslag, daarna warme dagen met vooral veel zon. Halverwege de maand regen en daarna mistig en bewolkt.
- November: een combinatie van harde wind, neerslag en zon in de eerste helft, daarna treedt de vorst in met vrieskou.
- December: december begint met sneeuw, daarna harde wind en op 5 december zware sneeuwval. Voor kerst wordt het erg koud met rond kerst vooral sneeuw op hoogte.
- Januari: aanhoudend zeer koud, bijna de hele maand. Op de laatste dag is het winderig.
- Februari: een bewolkt begin van de maand waar de kou snel weer volgt. Daarna een periode van prachtig weer en halverwege de maand sneeuw en extreme kou.
- Maart: begint met veel neerslag, met kans op ijzel en gladde omstandigheden. Aan het einde van de maand wordt het stormachtig.
Belangrijk om te onthouden: de basis van deze winterverwachting ligt bij actuele modellen en klimaatdrivers zoals ENSO, NAO, seizoensmodellen, de straalstroom en later in het seizoen de Polar Vortex. De 100-jarige kalender is vooral een luchtige aanvulling. Let daarbij op dat de kalender de moderne modellen op belangrijke punten tegenspreekt: waar de 100-jarige kalender een aanhoudend koude januari voorspelt, wijzen de seizoensmodellen juist op een zachte, natte winter. Wij baseren onze verwachting op de modellen.
Wanneer weten we meer over winter 2026/2027?
De komende maanden worden belangrijk. Dit artikel wordt bijgewerkt op elk van de onderstaande momenten.
- 5 september: de ECMWF-seizoensrun, de eerste die de volledige winter dekt.
- 10 september: NOAA ENSO-update, met bevestiging of bijstelling van de 95% en de 69%.
- Medio september: de IRI Quick Look laat zien hoe hoog de piek werkelijk uitkomt.
- 8 oktober: NOAA-update, plus de eerste cijfers over de Siberische sneeuwbedekking.
- Eind oktober: de Snow Advance Index, de hardste voorspeller van de polar vortex en daarmee de belangrijkste indicator van het najaar.
- 12 november: NOAA-update en de opbouw van de polar vortex. Dit is het eerste echt bruikbare wintersignaal.
- 10 december: NOAA-update en een terugblik op de seizoensstart, waarin we de verwachting naast de werkelijkheid leggen.
De Siberische sneeuwbedekking in oktober is daarbij de interessantste. Ligt er vroeg veel sneeuw op het Euraziatische continent, dan verhoogt dat de kans op een zwakkere polar vortex en daarmee op kou-uitbraken later in de winter. Dat is, meer dan El Niño zelf, de indicator om in de gaten te houden.
Conclusie: El Niño maakt winter 2026/2027 extra interessant
De winterverwachting voor 2026/2027 heeft in korte tijd een grote ontwikkeling doorgemaakt. El Niño is geen mogelijkheid meer maar een uitzonderlijk sterk feit: in juli stond de Niño3.4-index al op +2,03 °C, hoger dan in oktober 1997 en september 2015. NOAA geeft 95% kans op een zeer sterke fase rond de jaarwisseling en het IRI zet de kans op El Niño deze winter op 100%.
Op basis van El Niño kan daarom nog niet worden gezegd of winter 2026/2027 goed of slecht wordt voor wintersport. De NAO, straalstroom, regionale drukverdeling en windrichting geven later dit jaar een duidelijker beeld. Tot die tijd blijven hoogte, sneeuwzekerheid en flexibiliteit de belangrijkste aandachtspunten voor wie vroeg boekt.
Praktische tips voor wintersporters
Tot slot nog een aantal praktische tips:
- Kies bij vroeg boeken voor hooggelegen skigebieden of gebieden met een gletsjer.
- Let op hoeveel pistes boven 2000 meter liggen.
- Kijk niet alleen naar sneeuwhoogte, maar ook naar ligging, sneeuwkanonnen en piste-expositie.
- Noordhellingen houden de sneeuw tijdens zachte en zonnige periodes vaak langer vast.
- Plan flexibel als je de beste sneeuwkansen wilt kunnen volgen.
- Check vanaf oktober vaker de actuele sneeuwhoogte, webcams en weersverwachting.