8 december 2018 door Joris in 'Skitechniek''

Hoe krijgen we nou eigenlijk onze ski’s parallel? De meeste skiërs hebben problemen om van ploegbochten naar parallel geslipte bochten te komen. Vaak speelt angst ook een grote rol: blijf ik wel staan als mijn ski’s zo dicht bij elkaar staan? Een ander belangrijk aspect is dat je je ski moet vlak stellen en echt in de vallijn moet sturen, wat voor veel mensen ook even spannend voelt. Hierbij een uitleg om van 'pizzapunt' naar parallel te gaan.

De basishouding

Een goede basishouding is van belang bij elke stap in de skitechniek. In Oostenrijk noemen ze dit Alpines fahrverhalten:

  • De ski’s op heupbreedte (parallel naast elkaar).
  • Dalski belasten. Tip: bergski optillen, waardoor je automatisch je dalski belast en daarna de bergski langzaam neerzetten en nauwelijks belasten.
  • Bergski iets voor de dalski (als we vanaf bovenaf neerkijken op de ski’s).
  • Mittelage: enkel, knie en heup licht gebogen, zodat we centraal op onze voeten en ski’s staat.
  • Assen parallel: enkel, knie, heup en schouder staan op één lijn.
  • Bovenlichaam licht naar het dal gebogen en boven dalbeen.

De juiste ploegbocht

Om parallel te leren skiën is het van belang om eerst de ploegbochten goed onder de knie te hebben. We beginnen dus bij het perfectioneren van de ploegbochten. Belangrijk hierbij is het verbeteren/vergroten van de druk en het draaien van de ski's. We moeten ervoor zorgen dat de drukopbouw wordt toegepast en opgevoerd in het verloop van de bocht meer druk op dalski/buitenski. Door de druk op te voeren worden de bochten beter uitgestuurd (ronder). We gebruiken hierbij ook onze voeten waarmee we de ski’s door gaan draaien/sturen. Voordat we de nieuwe bocht insturen moeten we onze ski’s gelijk belasten en richting de vallijn draaien (richting het dal).

Kanten en rutschen

Voordat we onze ski’s in de bochtverloop parallel naast elkaar kunnen houden moeten we eerst weten hoe dit gevoel is op de ski’s. Bij parallel skiën heb je te maken met kanten en rutschen. Het woord kanten zegt het al, op de zijkanten van je ski’s staan. Dit doen we eigenlijk al vanaf het begin: denk maar eens aan het trapsgewijs omhoog lopen op de ski’s. Kanten in de helling? Dit doen we vanuit de enkels en knieën. Deze duwen we richting de berg.

Rutschen: het uitsmeren (dwars laten glijden) van beide ski’s. Rutschen is niets meer dan het vlakstellen van de ski’s, maar hoe doe je dat? Als ik uitga van de basishouding (alpines fahverhalten) beweeg ik mijn knieën iets richting en het dal, de ski’s glijden nu vanzelf over het belag (de onderkant van de ski) naar beneden. Het rutschen gebruiken we in de voorbereiding naar een bocht. We starten in een neutrale (iets hogere) positie, waarbij de benen gelijk zijn belast. Door een laag beweging, het buigen van knieën en enkels en het geleidelijk naar beneden draaien van de achterkanten van de ski’s stuur ik mijn bocht uit.

Til je been niet op in de bocht: je ski's zijn altijd in contact met de sneeuw

Carven grundstufe is de Oostenrijkse benaming van ploegbochten met parallel. Het is een belangrijke stap voor parallel, door deze beweging wordt het tempo nog steeds gecontroleerd omdat we telkens terugkomen in de ploeg. Voor de bocht komen we in ploeg en na de bocht komen de ski’s weer parallel naast elkaar. Dit doe je door de binnenste ski vlak te stellen en richting de buitenste ski te bewegen, zodat ze parallel komen. Belangrijk: de ski blijft altijd op de sneeuw, dus niet het been optillen.

Parallel skiën

Nu begint het echte werk. De voorbereidingen van parallel skiën zijn nu volbracht. We weten hoe we onze druk opbouwen, rutschen, kanten en de bocht als het ware parallel moeten uitsturen. Het laatste stapje is de ski’s in de hele bocht parallel te houden.
Hoe bouwen we dit op?

  • We beginnen schuin over de piste in alpines fahrverhalten en houden hierbij onze ski’s parallel, met druk op de dalski.
  • We bewegen alleen schuin over de piste en proberen met een kleine richtingsverandering (doormiddel van een voor-hoog beweging te maken en het draaien met de voeten) de ski’s richting de vallijn (het dal) te draaien en weer terug de berg op te sturen. Je maakt dus nog geen bocht en blijft één kant op skiën. In de sneeuw zie je de vorm van guirlandes.
  • Nadat je dit onder controle hebt en de ski’s goed kunt vlakstellen en sturen kun je proberen de hele bocht te maken. Hierbij is het belangrijk dat we schuin naar voren omhoog komen, we beide ski’s gelijk belasten en we sturen richting het dal. Als de punten naar het dal gericht zijn geven we druk op de nieuwe dalski, houden de ski’s parallel en rutschen door de bocht. We noemen dit parallel geslipte bochten.
  • De punten van onze ski’s wijzen dus altijd even een moment recht naar het dal en dit is het punt wat veel skiërs lastig vinden. We moeten ons dus even laten gaan, om vervolgens weer af te remmen door de bocht uit te sturen.

Begin op een eenvoudige helling

Oefen parallel skiën eerst op een gemakkelijker helling en ga als het lukt steeds wat steiler. Als je het niet op een piste wilt proberen, zoek dan een klein heuveltje of ga naar kinderland. Zorg ervoor dat de helling aan het einde weer omhoog loopt, zo is het makkelijker het tempo te controleren en hebben we niet de angst dat we helemaal naar beneden skiën. Succes!

Meer artikelen over skitechniek

Joris is een bergliefhebber in hart en nieren. Al van kinds af aan komt hij in de bergen, zowel in de zomer als winter. Inmiddels brengt hij veel tijd per jaar door in de bergen en zijn er weinig plaatsen waar hij niet geweest is.