22 maart 2013 door Pepijn in 'Skitechniek''

Skitechniek

In Tirol, waar ik opgeleid ben, staan we graag centraal op de ski’s. Het voordeel van centraal staan is dat je je knieën naar voren kunt doen om te sturen. Zodra je achterop komt (en dus achterover in je schoenen hangt), heb je geen stuurdruk meer, worden de bochten alsmaar langer en krijg je enorme druk op je bovenbenen. De oorzaak is meestal een balansverstoring door een verandering in de piste. Het wordt bijvoorbeeld steiler, je gaat over een rand heen of er zitten hobbels in de piste. Zeker ‘s middags met meer buckels op de piste, heb je het gevoel dat je van voor naar achter gegooid wordt. Bovenaan je billen zit gemiddeld genomen je lichaamszwaartepunt, aan het eind van je benen dus. Dat zwaartepunt willen we rustig houden en niet naar voor of achter laten slingeren. Dat geeft stuurproblemen en controleverlies.

Klik hier voor meer artikelen over skitechniek >>

De schokbreker van een auto

Iedereen heeft wel eens een auto over een kleine drempel zien rijden. Eerst zie je het voorwiel even omhoog gedrukt worden in de wielkast en vervolgens het achterwiel. Als de auto mooi afgeveerd is, blijft de hele auto op dezelfde hoogte en bewegen alleen de wielen afzonderlijk over de drempel. In een ideaal geval blijft het hoofd van de bestuurder op gelijke hoogte, terwijl de schokbrekers de drempel opvangen. Als we dit gaan vertalen naar het skiën, zijn de wielen onze ski’s, de schokbrekers onze benen, de auto is ons bovenlichaam en de drempel is een bult sneeuw. Ons lichaamszwaartepunt zit bovenaan de schokbrekers.

Waar gaat het fout?

Zodra je ski’s ergens op afgaan en je hier niet van tevoren op anticipeert, is je zwaartepunt al uit balans gebracht. Een voorbeeld: ski je tegen een heuvel op, dan gaan je ski’s omhoog, je lichaam leunt achterover en beweegt je zwaartepunt naar achteren. Ga je vervolgens over de top van de bult naar beneden, dan hangt jouw zwaartepunt nog achter, gaan je ski’s al met de punten omlaag en kom jij er als laatste achteraan. Resultaat? Je hangt vol achter in je schoenen. Als je het heel overdreven doet, voel je je net een soort houten klaas…

Hoe moet het dan wel?

Anticiperen is het codewoord. Je moet vooruit kijken of voelen en zorgen dat je zwaartepunt ongeveer op dezelfde hoogte blijft zonder naar voren of achteren te gaan. De tip is dan ook: probeer je heup op dezelfde hoogte te houden als de piste, onafhankelijk van de bult die je tegenkomt. Bij een kleine bult volstaat het om je benen naar je toe te laten komen te laten komen, bij een hogere bult moet je je bewust kleiner maken. Kijk naar de top van de bult als je erop afgaat en zorg dat je wat langer bent. Hierdoor is je zwaartepunt hoog en heb je ruimte om je knieën te buigen. Breng nu je zwaartepunt naar beneden richting de top van de bult, door net zo lang je knieën te buigen totdat je op het hoogste punt bent. Door je handen naar voren te blijven duwen over de bult heen, blijft je goed naar voren. Na de top moet je actief je ski’s naar beneden duwen om de controle te houden. Je zult zien dat je nog steeds stuurdruk hebt! Tijdens dit alles probeer je je hoofd zoveel mogelijk op één lijn te houden, parallel aan de piste.

Skitechniek

Zwaartepunt parallel aan de helling bewegend

Als je dit goed oefent, kun je je zwaartepunt constant parallel in lijn houden met de piste. Zo blijf je mooi centraal staan, ongeacht de hobbels onderweg!

Pepijn van Schijndel is Bondscoach Snowboard Alpine TO bij de NSkiV, verzorgt zelfstandig trainingen en coaching onder de naam Snowpepper. Hij heeft meer dan 20 jaar ervaring in snowboarden en skiën, Worldcup en Europacup en is leraar en snowboardprof. Lees meer over Snowpepper >>

Meer artikelen over skitechniek

Pepijn van Schijndel is Bondscoach Snowboard Alpine TO bij de NSkiV, verzorgt zelfstandig trainingen en coaching onder de naam Snowpepper. Hij heeft meer dan 20 jaar ervaring in snowboarden en skiën, worldcup en Europacup en is leraar en snowboardprof.