5 maart 2013 door Pepijn in 'Skitechniek''

Skitechniek hoog-laag bewegen

Eén van de moeilijkste dingen met skiën vind ik persoonlijk het correct hoog-laag bewegen. In elke technische fase, van de ploeghouding tot en met parallel, krijg je te maken met het omhoog en omlaag bewegen. Wie kent niet het ‘achterop’ komen? Het met pijnlijke kuiten naar achteren hangen in je schoenen, terwijl je ski’s er met jou vandoor gaan? Het gevolg: brandende bovenbenen en je snakt naar een hut om te pauzeren. Maar hoe kom je nu naar voren, zodat de ski’s weer onder controle zijn en alles makkelijker gaat? Dit euvel is vaak te verhelpen met een correcte hoog-laag beweging. In deze aflevering ga ik in op de beweging zelf en niet op het gebruik in de verschillende skitechnieken. Je kunt de beweging toepassen in het soort bochten dat je al kent.

Klik hier voor meer artikelen over skitechniek >>

De basis: belasten en ontlasten

In elke techniekfase komt er een moment waarop je je ski’s moet gaan ontlasten en belasten. Simpel gezegd kun je een ski ontlasten door je gewicht eraf te halen. Wil je beide ski’s ontlasten, dan zul je dus omhoog moeten komen. Door op te veren vanuit je benen, maak je jezelf een moment ‘gewichtloos’ en kunnen je ski’s gemakkelijker van kant wisselen. Het belasten is de volgende stap. Het verhogen van de druk op je ski’s door met je knieën naar voren te gaan. Daardoor kun je gecontroleerd sturen en heb je meer kantengrip aan het eind van de bocht. Daarom is het de bedoeling dat je gewicht van opzij bekeken centraal boven de ski blijft en niet van voor naar achteren zwaait. Er zijn een paar factoren die een correcte beweging in de weg kunnen staan.

Waar gaat het fout in de beweging?

Het is het kip of het ei. Ga ik verkeerd omhoog, dan kom ik achterop omlaag en ga ik verkeerd omlaag, dan kom ik vanuit mijn knieën omhoog. Bijna iedereen (ik schat zo’n 98% van alle wintersporters) komt uit de knieën omhoog in plaats van uit de enkels. Dat wil zeggen dat het onderbeen stil blijft staan en het deel van de knie tot de heup het middelpunt is van de scharnierbeweging. Deze beweging leidt tot het naar voor en achter verplaatsen van het lichaamsgewicht, terwijl dit juist centraal moet blijven boven de voeten. Bovendien kunnen je knieën op deze manier niet genoeg naar voren om goed te kunnen sturen.

Waar gaat het fout in het materiaal?

Je mag natuurlijk nooit je materiaal de schuld geven, maar wij Nederlanders zijn sterren in het aanschaffen van te stijve schoenen. Dus let erop in de winkel of verhuur dat je als normale wintersporter met comfortabel strakke schoenen nog net moet kunnen veren zonder veel kracht te hoeven zetten; ze moeten piepen en kraken. Uiteindelijk ondersteunen ze dan een beweging in plaats van die beweging tegen te werken. Te stijve schoenen blokkeren de enkel in het functioneren. Een goede schoen voorkomt dat de enkel gaat schuiven, maar niet dat deze kan bewegen!

Thuis oefenen

De juiste hoog-laag beweging is heel makkelijk thuis te leren begrijpen. Stel: je staat op je gymschoenen in de kamer en zakt door je knieën. Als je het goed doet, zul je in staat zijn een sprong te maken, weer exact in het midden te landen en door te veren. Je kunt achter elkaar kleine hupjes maken zonder moe te worden. Ook zul je merken dat er een eind aan de beweging zit. Wil je verder doorveren dan merk je dat je achillespezen te kort zijn. Wil je toch dieper zakken, dan ga je bijna automatisch met je achterwerk zakken en dan? Je komt vol op je hakken te staan en moet compenseren met je bovenlichaam, met maximale druk op je bovenbenen tot gevolg. Hier gaat het fout met skiën. Fysiek kun je dus niet verder naar beneden zonder naar achteren te gaan. De hoog-laag is dus een hele kleine beweging!

Skihouding

Op de vlakke piste

Als je op je ski’s staat, kun je het beste even op een vlak stukje stilstaan om de beweging correct te oefenen. Houd je benen heel licht gebogen en voel dat de schoenen je schenen ondersteunen. Je hangt dus licht naar voren. Om nu je benen te strekken, trek je je knieën naar achteren. Het resultaat is dat je achterwerk omhoog komt, je enkels in de schoen bewegen en je niet naar voor of achter bent bewogen! Ook het bovenlichaam is dan niet bewogen. Door nu weer in te veren naar de oorspronkelijke positie, sta je direct weer voor in de schoenen. Dit doorstrekgevoel is de clou van het verhaal, dus trek je knieën naar achteren in plaats van je heup naar voren te duwen. Je zult merken dat je nu tijdens het inveren veel beter in staat bent druk voor in de schoen te geven. Zodra je dieper wilt doorzakken, kom je achterop en ben je terug bij af. In het Duits zeggen ze: “Arsch hoch!” Oftewel “kont omhoog”, en dat is de mantra die tijdens het skiën door je hoofd moet blijven galmen.

En nu op de steilere pistes

Als het steiler wordt, zul je dus in zijn geheel naar voren moeten om centraal boven de ski te blijven. Een goed uitgangspunt is om altijd een hoek van 90 graden met je ski’s en lichaam te maken ten opzichte van de helling. Dus hoe steiler het wordt, hoe meer je in zijn geheel naar beneden leunt. En houd hierbij echt je achterwerk zo hoog mogelijk! Hoe beter je alles uitvoert, hoe minder problemen je hebt om je schenen voor in je schoenen te krijgen.

Pepijn van Schijndel is Bondscoach Snowboard Alpine TO bij de NSkiV, verzorgt zelfstandig trainingen en coaching onder de naam Snowpepper. Hij heeft meer dan 20 jaar ervaring in snowboarden en skiën, Worldcup en Europacup en is leraar en snowboardprof. Lees meer over Snowpepper >>

Meer artikelen over skitechniek

Pepijn van Schijndel is Bondscoach Snowboard Alpine TO bij de NSkiV, verzorgt zelfstandig trainingen en coaching onder de naam Snowpepper. Hij heeft meer dan 20 jaar ervaring in snowboarden en skiën, worldcup en Europacup en is leraar en snowboardprof.