Het is half september en hoewel de winter nog behoorlijk ver weg voelt, weet ik nu al waar ik het meest naar uitkijk. Niet naar die eerste Kaiserschmarrn, niet naar de après-ski en zelfs niet naar een enorme dump verse sneeuw. Oké, die laatste komt aardig in de buurt. Maar geef mij een koude, zonnige ochtend, een lege piste en verse ribbels onder mijn ski’s en ik ben gelukkig. De eerste afdaling van de dag blijft voor mij iets magisch. En volgens mij ben ik niet de enige.
Het mooiste uur van de skidag
Er zijn wintersporters die op vakantie uitgebreid ontbijten, nog een tweede koffie nemen en rond een uur of tien eens richting de lift wandelen. Helemaal prima. Ieder z’n ding.
Ik begrijp er alleen helemaal niets van.
Als de lift om 08.30 uur opengaat, wil ik om 08.30 uur in die lift zitten. Het liefst in het eerste stoeltje of gondeltje omhoog. Daarvoor hoef ik overigens nauwelijks moeite te doen. Ik ben uit mezelf altijd al idioot vroeg wakker. Waar anderen op vakantie eindelijk eens lekker kunnen uitslapen, lig ik om 06.15 uur te bedenken of het ontbijtbuffet al open is.
Het voordeel: ik hoef nooit een wekker te zetten voor de eerste lift. En juist dat eerste uur vind ik het allermooiste uur van de skidag. Het is nog rustig op de berg, de lucht voelt fris en koud en de zon komt langzaam boven de toppen uit. Dat gouden ochtendlicht, lange schaduwen over de sneeuw en pistes die er nog perfect bij liggen… Veel mooier wordt het voor mij niet.
Ribbels. Wie houdt er niet van?
En dan die ribbels.
Zeker als ik voor Snowplaza op pad ben om foto’s en video’s te maken, wil ik vroeg boven zijn. Een strak geprepareerde piste is nu eenmaal een stuk fotogenieker voordat er honderd wintersporters overheen zijn gegaan. Maar laten we vooral niet doen alsof ik alleen voor mijn werk zo geobsedeerd ben door ribbels. Ook zonder camera wil ik ze.
Volgens mij herkennen veel wintersporters dat gevoel. Je staat boven, kijkt naar beneden en voor je ligt een compleet onaangeraakte piste. Geen hoopjes sneeuw, geen afgeschaafde stukken en het liefst ook nog niemand voor je.
Want dat is dan weer het enige nadeel van de eerste lift: al die andere mensen die óók bedacht hebben dat de eerste afdaling de beste is.
Niets zo jammer als denken dat je als eerste naar beneden mag en vervolgens iemand drie bochten voor je precies jouw perfecte ribbels zien verpesten. Natuurlijk gun ik iedereen zijn skidag.
Maar niet mijn ribbels.
Mijn dag kan niet meer stuk
Dan de eerste bochten. Ski’s op de kanten, de piste nog hard en strak onder je voeten en benen die nog nergens over klagen. Het geluid van je ski’s over zo’n vers geprepareerde piste hoort voor mij net zo bij wintersport als een vette Schnitzel die over de rand van je bord valt.
Als die eerste afdaling lekker gaat, roep ik bijna altijd hetzelfde: “Mijn dag kan niet meer stuk.” Na twee of drie van zulke afdalingen meen ik dat ook echt.
Misschien is dat wel waarom ik helemaal niet per se tot de laatste lift hoef door te skiën. Begrijp me niet verkeerd: ik kan met veel plezier de hele dag op de ski’s staan. Maar als ik zelf op wintersport ben, gebeurt het ook regelmatig dat ik vooral de ochtend ski. Met de eerste lift omhoog, een paar uur knallen en tegen lunchtijd heb ik er soms al een complete skidag op zitten.
Dan lonkt dat terras toch wel erg nadrukkelijk.
Vier perfecte uren skiën, daarna uitgebreid lunchen in de zon en daarna de wellness in of met een boekje in de zon? Ik zie het probleem niet.
07.13 uur? Ik ben erbij
Het zal niemand verbazen dat ik ook bovengemiddeld enthousiast word van skigebieden die aan early morning skiing doen. Zo kun je in Hochkönig tijdens speciale Sunrise Skiing-dagen al vanaf 07.13 uur de pistes van de Königstour op. Ja, 07.13 uur. Niet 07.00 uur. Niet 07.15 uur. Precies 07.13 uur.
Waarom? Geen idee. Maar ik vind het fantastisch.
Voor sommige mensen klinkt om zeven uur ’s ochtends in een skilift stappen waarschijnlijk als een vorm van straf. Ik denk alleen maar: hoeveel afdalingen kan ik maken voordat de rest wakker wordt? Want dat is uiteindelijk het mooiste: even het gevoel hebben dat de berg nog van jou is.
Voor je het weet is het voorbij
Een paar uur later kan de sneeuw nog steeds geweldig zijn. Misschien ontdek je die dag zelfs een veel mooiere piste. Of valt er ineens een lunch zo gezellig uit dat je om half vier nog steeds op hetzelfde terras zit. Ook dat is wintersport.
Maar dat eerste uur komt niet meer terug.
De zon staat hoger, de schaduwen verdwijnen en de perfecte ribbels zijn veranderd in honderden skispoortjes. Het skigebied is wakker geworden.
Misschien is dat precies waarom ik er nu, half september, alweer zo naar uitkijk. Natuurlijk heb ik zin in de bergen, de sneeuw, het skiën en alles wat daarbij hoort. Maar als ik aan de komende winter denk, zie ik vooral dat ene beeld voor me: boven aan een nog lege piste staan terwijl de eerste zon over de bergtoppen komt.
Nog even
Over een paar maanden sta ik daar weer. Waarschijnlijk veel te vroeg wakker, terwijl dat voor één keer uitstekend uitkomt. Ski’s aan, eerste lift omhoog en boven vooral hopen dat niemand nét voor mij dezelfde kant op gaat.
En als die eerste afdaling dan lekker gaat, weet iedereen die vaker met mij skiet wat er komt.
“Zo. Mijn dag kan niet meer stuk.”
Meestal is het dan nog geen negen uur.