12 maart 2020 door Kees in Column

In de kleine 4-persoons cabineliften van vroeger zat je hooguit met je eigen familie of vrienden in één ruimte. Lekker kletsen over ditjes en datjes. Grote cabines met honderd man: ook geen probleem, want dan ga je gewoon op in de massa. Niemand die elkaars gesprekken afluistert. Hoe anders is dat bij de gangbare modellen van nu, de 8 tot 12-persoons cabines. Dan is de kans levensgroot dat je in een onverwachte conversatie van je landgenoten terecht komt. En wat doe je dan? Ga je je ermee bemoeien, doe je nét alsof je geen Nederlander bent of blijf je onverstoorbaar staren naar je mobieltje?

Kennismaken in 15 minuten

Vijftien minuten duurde de tocht naar de top en in dat kwartiertje kregen we een prima inzicht in de verhoudingen van deze Nederlandse familie. Je kon ze zó uittekenen. Vader en moeder begin vijftig, een dochter van rond de twintig en twee snowboardende zoons met een te groot uitgevallen sombere outfit. De dochter was duidelijk een stukje verder dan de zoons en zag er smetteloos uit. Voor haar was de skipiste een catwalk.

Gesprekken gondel
Mensen vertellen soms hun hele levensverhaal in een gondel


Bellen in de skilift?!?

Iedereen, behalve de moeder, had een smartphone in z’n handen. De dochter opende het gesprek door in het vlekkeloos Engels op luide toon een mail voor te lezen, kennelijk een reactie op een sollicitatie. De nieuwe job zou zich in Lisboa gaan afspelen. Klinkt toch nét even beter dan Lissabon. Eén ding was wel zeker; de sollicitatie was nog niet gelukt, dochterlief moest contact zoeken met een 'application coach'. Pa suggereerde dat zijn dochter die coach misschien beter direct kon bellen dan weer opnieuw te mailen. Dat kwam hem op de hoon van alle drie zijn kinderen te staan. "Bellen? Nu??? Stel ik dat ik dan iets moet opschrijven, hoe doe ik dat dan?"

Dodelijke stilte

Even viel er een dodelijke stilte die de moeder - verzorgend type - opzichtig probeerde te doorbreken: "Kijk, over die graat heeft iemand gelopen. Dat doen ze met een speciale ski." Dat konden de zoons niet over hun kant laten gaan: "Mam, dat is gewoon een langlaufski." Maar moeder hield vol en zei zachtjes dat het ging om een speciale ski die je kon vergelijken met - zoals ze zei - een klapschaats. Maar dat wilde de jongste zoon helemaal niet meer horen: "Ja joh, als je langlaufkampioen bent, nou dan ben je een legend in Noorwegen." Andere zoon: "Ja, je moet dan 35 kilometer langlaufen en dan af en toe… poef (maakt schietgebaar). En als je mist krijg je altijd een strafrondje."

We gaan naar links! Nee, we gaan naar rechts!

Dat was het moment waarop ik zoonlief graag wilde corrigeren, maar ik dwong mijzelf om op mijn telefoon te blijven kijken, ook al was ik al lang door m’n buitenlandbundel heen. Daardoor konden we ook nog meegenieten van de vader die op bescheiden toon zei boven graag de piste rechts te willen nemen. Maar daar stak de jongste een stokje voor: ‘Nee, we gaan links.’ Pa: ‘Nee, we gaan rechts.’ Zoon: ‘Waarom wil je nou altijd naar rechts?’ Pa, niet al te overtuigend: ‘Omdat ik dat nou eenmaal een lekkere piste vind’.

Alleen in de gondel
Soms heb je het geluk om alleen in de gondel te zitten

Pijnlijke situaties

Toen de familie eenmaal boven buiten onze gehoorafstand was gekomen, spraken we onze verbazing uit over wat er zich zojuist voor onze ogen had afgespeeld. Even later zagen we de familie voorbij komen, pa en ma zwoegend achteraan. Op weg naar de … linkerpiste.

Mocht iemand zich in dit verhaal herkennen: elke gelijkenis is toeval!



Skiën is voor Kees als een tweede leven. In het normale leven is hij geen snelheidsduivel, maar op de piste…Hij gaat meerdere keren per jaar naar de bergen. Zijn favoriete skigebieden liggen vooral in Zwitserland.