Een skibaan midden in Brazilië, drie rolbanen tegelijk in Canada en een exemplaar dat met een Boeing naar het Midden-Oosten wordt gevlogen omdat wachten op zeevracht te lang duurt. Het klinkt misschien niet direct als een Nederlands exportproduct, maar SkiMachine bouwt vanuit Nederland rolskibanen voor klanten over de hele wereld. Jaarlijks verlaten zo’n 15 tot 20 nieuwe banen de werkplaats, waarvan het grootste deel naar het buitenland gaat. We spraken Jan de Blij van SkiMachine over hoe een typisch Nederlands wintersportfenomeen uitgroeit tot een internationaal product.
In het kort
- SkiMachine bouwt jaarlijks ongeveer 15 tot 20 rolskibanen, waarvan het merendeel naar het buitenland gaat.
- De banen worden in Nederland voorbereid en vervolgens als een soort bouwpakket naar onder meer Canada, Brazilië, Zwitserland en het Midden-Oosten verscheept.
- Vooral vanuit wedstrijdsport, indoor sportcentra en de Alpen groeit volgens Jan de belangstelling.
Nederland lijkt wel het land van de rolskibaan. Hoe komt dat?
“Het concept is hier echt enorm omarmd. In Nederland staan ongeveer vijftig skicentra met samen zo’n honderd banen. Bijna iedereen kent wel iemand die ooit op zo’n baan heeft geskied of heeft er eentje in de buurt.”
Voor SkiMachine ligt de groei inmiddels vooral buiten Nederland. “We bouwen gemiddeld zo’n 15 tot 20 banen per jaar. Daarvan is er misschien één voor Nederland en gaan de andere banen de hele wereld over. Brazilië, Canada, Dubai, Zwitserland, Zweden… We hebben zelfs al een baan in Thailand gebouwd.”
Hoe is SkiMachine eigenlijk ontstaan?
“Het oorspronkelijke concept komt uit Amerika en bestaat al heel lang. In Nederland stonden in de jaren tachtig al de eerste banen. In 1995 wilde Rob, destijds eigenaar van Alpine Sports, zelf zo’n baan bouwen. Hij was engineer en dacht eigenlijk: wat ik tot nu toe heb gezien, kan ik zelf maken.”
Hij ontwierp een frame, bestelde motoren en rollen en bouwde zijn eigen machine. Daarna kwamen andere skicentra bij hem terecht voor onderhoud, reparaties en nieuw skigras. “Langzaam ontstond het idee om naast het skicentrum een bedrijf te beginnen dat die machines kon bouwen. Dat werd Alpine Engineering en daaruit is uiteindelijk SkiMachine ontstaan.” Inmiddels bestaat SkiMachine volgens Jan uit een team van ongeveer tien mensen.
Je hebt zelf vroeger veel lesgegeven op zo’n baan. Is er veel veranderd?
“Enorm. De banen zijn stiller en zuiniger geworden, maar vooral het skigras is echt veranderd. Vroeger skiede je eigenlijk op materiaal dat veel leek op kunstgras voor een hockeyveld. Daar waren wij als skibranche maar een heel kleine afnemer van.”
Dat leverde wisselende kwaliteit op. Inmiddels heeft SkiMachine eigen skitapijt ontwikkeld. “Dat heeft verschillende hoogtes, waardoor je er iets meer in wegzakt. Het is zachter en vergevingsgezinder. Vroeger kon zo’n baan behoorlijk agressief aanvoelen als je een foutje maakte met je kanten.”
Ook de afmetingen zijn veranderd. Waar banen vroeger vaak vier of vijf meter breed waren, worden ze tegenwoordig veel groter gebouwd. “Je hebt meer ruimte, kunt grotere bochten skiën en krijgt meer het gevoel van snelheid. Het wordt daardoor dynamischer en komt dichter bij het echte skigevoel.”
Jan kan het verschil goed beoordelen: voordat hij bij SkiMachine terechtkwam, gaf hij jarenlang les op de rolbaan. “Skiën, snowboarden, telemarken, van alles. Toen ik onlangs weer op het nieuwe tapijt stond, merkte ik echt hoeveel ontwikkeling daarin zit.”
Wordt zo’n complete skibaan echt in Nederland gemaakt?
“Ja. Het zijn eigenlijk een soort IKEA-kasten”, lacht Jan. “We maken alles hier prefab. Het hout wordt op maat gemaakt, er worden gaten geboord en vervolgens stapelen we alles in de juiste volgorde op pallets. Dat gaat in een container en op locatie bouwen we eerst het frame en daarna de rest.”
Een normale baan staat volgens hem in ongeveer een week. Bij grotere projecten gaat een heel team mee. “In Canada hebben we drie banen tegelijk gebouwd. Daar waren we met vijf man en dan gaat het echt achter elkaar door: frame neerzetten, afwerken, testen en daarna de overdracht aan de klant.”
Drie banen tegelijk in Canada. Wie koopt zoiets?
Dat loopt volgens Jan enorm uiteen. Van commerciële skicentra en sportcomplexen tot skischolen, winkels, universiteiten, hotels en wedstrijdteams. In Canada bouwde SkiMachine onlangs drie banen van zes bij elf meter in één nieuw indoor sportcomplex.
In Zwitserland werd juist een speciale machine geleverd voor raceteams, die extra steil kan en bovendien sneller loopt dan de standaarduitvoering.
“Maar we hebben bijvoorbeeld ook een skiwinkel in Chamonix als klant. Daar wilden mensen nieuwe skischoenen natuurlijk het liefst meteen op de berg proberen. Nu kunnen ze in de winkel schoenen aantrekken, ski’s erbij pakken en direct op de baan voelen hoe het zit.”
Aan de andere kant van het spectrum staan grote entertainment- en sportcomplexen. “In Brazilië staan we bijvoorbeeld in een enorm attractiepark. Daar hebben ze een complete winterhoek gemaakt waar je kunt skiën en curlen. Daar staan twee van onze machines.”
Opbouw Skicentrum PreSki in Montreal, Canada
En dan zijn er blijkbaar ook klanten die gewoon héél graag een eigen skibaan willen…
Jan hoeft niet lang na te denken over het opvallendste verhaal. Voor een klant in het Midden-Oosten moest een grote baan zo snel mogelijk worden geleverd.
“Wij zeiden: het duurt ongeveer een maand om hem per schip daar te krijgen. Zijn antwoord was: ‘Dan stuur ik wel een vliegtuig."
En dat gebeurde ook. “Gewoon een Boeing sturen, volladen en dan komen jullie maar bouwen. Van de prijs van dit transport kun je al een flinke auto kopen, maar hij wilde die baan gewoon die winter hebben.”
Daar bleef het niet bij. Enige tijd later veranderde de sportaccommodatie bij het huis en kon SkiMachine opnieuw langskomen om de complete baan uit elkaar te halen, tijdelijk op te slaan en later weer op te bouwen. “Dat zijn natuurlijk wel de verhalen die het werk heel leuk maken.”
Wat kost een rolskibaan eigenlijk?
Wie na dat verhaal thuis alvast de garage staat op te meten, moet wel wat spaargeld meenemen. “Een kleine baan van 4x3 meter begint ongeveer rond de 75.000 euro. Voor een grote baan van zes bij elf meter zit je rond de 175.000 euro. Wil je daar ook alle ski’s, snowboards, schoenen, helmen en bijvoorbeeld een boekingssysteem bij, dan komt daar nog wat bij.”
Voor commerciële skicentra worden vooral de grotere banen interessanter. Daar kunnen bijvoorbeeld drie, vier mensen tegelijk skiën en kan een leraar in één uur meerdere groepjes begeleiden.
In Nederland kennen we de rolbaan vooral van skiles. In het buitenland wordt hij dus ook voor wedstrijdtraining gebruikt?
“Ja, zeker. In Les Deux Alpes staat er bijvoorbeeld eentje die vooral voor trainingen wordt gebruikt en in Zwitserland hebben we nu die snellere en steilere uitvoering voor raceteams. Op een rolbaan kun je iemand natuurlijk veel langer achter elkaar laten skiën dan op een slalomparcours waar je na 45 seconden alweer beneden bent.”
Volgens Jan begint juist in de Alpen de interesse toe te nemen. “In het begin was het toch een beetje: wij hebben hier de echte bergen, waarom zouden we zo’n baan nodig hebben? Maar ze zien steeds meer wat je ermee kunt.”
Een belangrijk voordeel is volgens hem de constante trainingssituatie. “Je kunt met tien mensen rouleren, hebt altijd dezelfde omstandigheden en kunt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat trainen. Buiten kan het regenen, sneeuwen of ineens lawinegevaar zijn. Binnen doet die baan het gewoon altijd.”
Denk je dat we over tien jaar veel meer van dit soort banen in de Alpen zien?
Daar hoeft Jan opnieuw niet lang over na te denken. “Ik denk echt dat de Alpenlanden veel meer gaan overstappen. Dat zo’n baan daar onderdeel wordt van het trainingsmodel, zowel voor wedstrijdskiërs als voor skileraren.”
Ook buiten Europa ziet hij ruimte voor snelle groei. In Brazilië draait een van de locaties volgens hem van vroeg in de ochtend tot laat op de dag en in de Verenigde Staten spreekt SkiMachine inmiddels met ondernemers die meerdere vestigingen hebben. “Dan zegt iemand: ik heb vijftien locaties, doe er eerst maar twee. Als dat goed gaat, wil ik ze overal. Dan kunnen er dus ineens nog dertien achteraan komen.”
Zelf heeft Jan trouwens ook nog een bestemming op zijn verlanglijstje. “Ik wil Nieuw-Zeeland. Als ik ergens ter wereld nog naartoe wil, dan denk ik: dan moet ik daar maar eens een baan gaan verkopen. Dan kan ik na de installatie ook gelijk de Nieuw-Zeelandse pistes even proberen. Je wilt je passie natuurlijk ook een beetje blijven voeden.”
En voor de gewone wintersporter: heeft trainen op een rolbaan echt zin?
“Absoluut. Zeker als je maar één week per jaar op wintersport gaat. Ik zou altijd adviseren om vooraf drie of vier lessen te nemen. Dan warm je jezelf weer op, je spieren zijn alvast aan het werk geweest en je stapt op vakantie veel makkelijker weer in.”
Jan ziet het bovendien als een manier om meer uit een dure wintersportweek te halen. “Als je niets doet, ben je soms de eerste twee dagen weer aan het inkomen. Op dag drie begint het lekker te gaan, maar dan heb je spierpijn en voor je het weet ga je alweer naar huis.”
Zijn conclusie is simpel: “Als je je thuis alvast voorbereidt, heb je voorpret én kun je op vakantie eigenlijk meteen verder waar je het jaar ervoor bent gebleven.”