13 maart 2012 door Kees in 'Reisverslagen'' | 2 Reactie(s)

Drie naast elkaar gelegen skigebieden in de Zwitserse kantons Berner Oberland en Vaud werken sinds jaar en dag samen om toeristen te interesseren voor elkaars wintersportregio. Dat geeft je de gelegenheid om voor tien Zwitserse franken bij de buren te gaan neuzen. Maar dan moet je wel een abonnement hebben gekocht in één van die gebieden. Afgelopen week brachten we een bezoek aan Leysin, als onderdeel van de Alpes Vaudoises.

Zes trappen

De start is niet hoopgevend. OK, we kunnen gelukkig parkeren naast de kabelbaan naar de Berneuse, het op één na hoogste punt. Maar de dichtstbijzijnde parkeerautomaat is kapot, de eerste franken zijn we al kwijt. Dan volgt de gang naar de kabelbaan. We tellen liefst zes trappen en vele treden. Het zweet staat inmiddels op onze rug. Onderweg naar boven waarschuwt een Zwitserse lerares voor veel kinderen op de piste. Zo aan het einde van het seizoen nemen schoolklassen uit allerlei regio's bezit van de pistes. Mmm... dat belooft ook al niet veel goeds.

De hoogste lift (Chaux de Mont) was helaas dicht.

Fantastisch uitzicht

Boven worden we beloond met een fantastisch uitzicht. Je kijkt werkelijk alle kanten uit: het meer van Genève ligt onder ons, we kijken uit op de de Dents du Midi (Les Portes du Soleil) en de Mont Blanc. Aan de andere kant zien we de andere skigebieden van de Alpes Vaudoises, met prominent op de voorgrond de Diablerets (gletsjerskigebied). In de directe omgeving genieten we van prachtige rotspartijen die doen denken aan de Dolomieten. Eerst maar een kop koffie in de Kuklos, een op zonnenenergie ronddraaiend restaurant. Op de bovenste etage blijken alle tafels gereserveerd en de serveerster negeert ons verder volkomen. Ze haast zich naar de uitgang om buiten een sigaretje te gaan roken. Het personeel in het zelfbedieningsrestaurant een etage lager lijkt ook al niet al te gemotiveerd. Misschien ook wel logisch wanneer je iedere dag hordes toeristen moet bedienen? In ieder geval lijkt de klantvriendelijkheid hier niet uitgevonden.

De pistes op

Dan maar snel de pistes op. Via het Stade de Slalom (dat klinkt in het Frans spectaculairder dan het is) skiën we in de richting van Lac d'Ai waar de stoeltjeslift vanuit Leysin boven komt. Op deze manier hoeven niet alle wintersporters met de cabine naar boven. Ondanks het prachtige weer is de sneeuw hier -zo laat in het seizoen- prima. Dat komt vooral door de lage temperaturen (-4 op 2000 meter). De bordjes geven keurig de bestemming aan in de kleur van de piste. Maar dan moet je wel echt eerst even het pistekaartje bestuderen om te weten welke kant je op moet. De meest uitdagende afdaling (vanaf de Chaux de Mont, 2200 meter) is helaas dicht wegens lawinegevaar. Nog even afgezien van wat oefenliftjes in het dorp omvat het skigebied van Leysin in totaal negen liften - gelukkig bijna allemaal stoeltjesliften. De pistes zijn voornamelijk blauw, met een paar rode afdalingen. We ontdekken slechts één korte zwarte piste, die inderdaad pittig is. Dit gebied is duidelijk meer geschikt voor beginners dan voor gevorderden.

Doel kiezen

Het is op zo'n dag altijd leuk om een bepaald doel te kiezen en daarom skiën we naar het verste punt in het skigebied, de Solepraz. Een bus brengt je daar vandaan ieder half uur naar het naastgelegen skigebiedje Les Mosses/La Lécherette (alleen een flinke serie sleepliften). Maar we zien de bus onder ons net wegrijden. Bovendien ligt de halte een stuk lager dan het dalstation van de stoeltjeslift, dus dat zou op de terugweg een flinke klim hebben betekend. Dat gaan we dus niet doen. Dan maar terug naar de Mayen voor een voedzame lunch op het geïmproviseerde terras voor de berghut. Aardige mensen, heerlijke plaatselijke gerechten en voor Zwitserse begrippen prettig betaalbaar.

Oxygene des Alpes

We dalen af naar Leysin en daar houden mijn skimaatjes het voor gezien. Wel mooi: je skiet vanaf de piste zo het terras van hotel Au Bel Air op voor een glühwein. Die naam sluit weer naadloos aan bij de ondertitel van Leysin: Oxygene des Alpes. Ik ga nog een keer naar boven en daal af via de zwarte piste die inmiddels flink slechter is geworden. Harde en zachte stukken wisselen elkaar af en er beginnen aardig wat hopen sneeuw te ontstaan. Op de verbindingsstukken met de blauwe pisten kom ik heel veel kinderklasjes tegen. Daarom geldt nu ook voor mij: glühwein!

Uitzicht op het Rhonedal en Les Portes du Soleil (grensgebied Zwitserland/Frankrijk).

Vergane glorie in ere hersteld

Een rondje door de plaats zelf levert het beeld op van in ere herstelde vergane glorie. Vroeger telde de plaats veel chique hotel en sanatoria. Deze enorme gebouwen zijn deels verbouwd tot voornamelijk internationale opleidingsinstituten. Maar er staat ook nog veel leeg in Leysin. De plaats beschikt verder over een enorm ijsstadion met een ernaast gelegen Toboganning Park, een soort bobsleebaan met opblaassleetjes. Zeker een aanrader voor kinderen. De plaats -die tamelijk populair is bij Nederlanders en Belgen- is per trein bereikbaar (via Montreux en Aigle) en met de auto doe je er vanaf Montreux ongeveer drie kwartier over.

Reactie(s)

Laat een reactie achter

Skiën is voor Kees als een tweede leven. In het normale leven is hij geen snelheidsduivel, maar op de piste…Hij gaat meerdere keren per jaar naar de bergen. Zijn favoriete skigebieden liggen vooral in Zwitserland.

Wintersport aanbiedingen
travel Top 3
Wintersport aanbiedingen