22 september 2009 door Coen in 'Skigebieden onder de loep''

Frankrijk en Zwitserland hebben zorgvuldig aan hun reputatie gesleuteld als snowboard-walhalla’s. Hier valt weinig op af te dingen, maar Italië staat met een aantal fantastische parken stevig aan de deur te rammelen. En hoeveel parken kun je tijdens één vakantie nou daadwerkelijk afvinken?

Ticket to Ride

Het Budrider’s Park van Livigno is een geweldige spot voor freestylers van alle niveaus. Hier worden verschillende grote evenementen georganiseerd die jaarlijks op de Ticket to Ride kalender prijken. Verder beschikt Livigno over een aantal lange, toegankelijke afdalingen waar vooral beginnende boarders uitstekend uit de voeten kunnen.

Vier parken

Het skigebied Fleimstal & Obereggen bestaat uit vier delen en telt evenveel funparken. Alpe Lusia – Bellamonte is met de parken Morea en S.D.M. hofleverancier, maar ook in het Passo Rolle park en de Ski Center Latemar is voor snowboarders van alles te doen. Alleen de Alpe Cermis ontbeert speciale voorzieningen.

Indian Park

Breuil-Cervinia is in andere categorieën al in de prijzen gevallen, maar mag ook hier niet ontbreken. Het Indian Park is één van de beste van Italië. Dit park is uitgebreid en gevarieerd en nog altijd volop in ontwikkeling.

Worldcup

Het Ursus Park van Madonna di Campiglio is van wereldniveau. Hier worden dan ook met enige regelmaat wereldbekerwedstrijden en vergelijkbare evenementen georganiseerd. Net als het in het Indian Park, is men ook hier onverminderd bezig het park uit te breiden en te updaten.

Weet je nog een topbestemming in de categorie snowboarden in Italië? Laat even een reactie achter en verrijk ons met je kennis!

Voor Coen is wintersport veel meer dan alleen skiën. Het gaat ook om gezelligheid, lekker eten, sportief bezig zijn, eindeloze kaartspelletjes, knusse dorpjes, de frisse berglucht – en als het even kan – de zon!