Skip to navigation Skip to main content

Skipas in tien jaar 165 euro duurder voor dezelfde week

Skipas 2016 2017

Elk jaar melden wij dat de skipas een paar procent duurder wordt. Drie procent, vier procent, het klinkt telkens overzichtelijk. Maar zet je onze eigen metingen tien jaar achter elkaar, dan staat er iets anders. In dezelfde week skiën kost je skipas nu gemiddeld € 165 meer dan in 2016. Dat is 67 procent, terwijl alles wat je verder koopt 34 procent duurder werd.

Kort samengevat

  • Een zesdaagse skipas in het hoogseizoen ging van gemiddeld € 246,18 naar € 411,02.
  • Dat is 67 procent duurder, tegen 34 procent inflatie in Nederland.
  • Zestig procent van die stijging komt uit vier winters: 2022/2023 tot en met 2025/2026.
  • Komende winter stijgen de prijzen weer met 3,4 procent, het rustigste cijfer sinds de energiecrisis.

Van € 246,18 naar € 411,02

Wij leggen al jaren elk jaar dezelfde meetlat langs de skigebieden: een skipas voor zes aaneengesloten dagen, één volwassene, in het hoogseizoen, tegen de prijs aan de kassa. Dat leverde gisteren de skipasprijzen voor 2026/2027 op. Van de gebieden die we in 2016 optekenden, volgen we er een aantal onafgebroken.

 

In die gebieden kostte de pas in 2016/2017 gemiddeld € 246,18. Komende winter is dat € 411,02. Een verschil van bijna € 165 voor dezelfde week op de latten. Ga je met z'n vieren, dan ben je ruim zeshonderdvijftig euro extra kwijt, alleen al aan liftkaarten.

Bijna twee keer zo hard als de inflatie

Een stijging op zichzelf zegt weinig. De vergelijking die er betekenis aan geeft, is die met de gewone prijsstijging. Volgens het CBS werden de consumentenprijzen in Nederland tussen 2016 en 2025 met 34,1 procent hoger. De skipas steeg dus bijna twee keer zo hard.

 

Had je skipas alleen de inflatie gevolgd, dan had je komende winter ongeveer € 330 betaald. Je betaalt € 411 in de door ons vergeleken skigebieden door de jaren heen. Dat is ruim € 80 bovenop wat de algemene prijsstijging verklaart. Gecorrigeerd voor inflatie werd skiën in tien jaar bijna 25 procent duurder.

 

Dat is het verhaal achter die jaarlijkse drie procent. Eén keer drie procent wuif je weg. Tien keer achter elkaar niet.

Dit betaalde je toen, dit betaal je nu

Skigebied 2016/2017 2026/2027 Verschil Stijging
Skiliftkarussell Winterberg € 115,00 € 224,00 + € 109,00 +94,8%
Ski Arlberg € 262,00 € 468,00 + € 206,00 +78,6%
Sölden € 269,00 € 478,50 + € 209,50 +77,9%
Skicircus (nu Ski ALPIN CARD) € 250,00 € 440,00 + € 190,00 +76,0%
SkiWelt Wilder Kaiser-Brixental € 235,00 € 413,50 + € 178,50 +76,0%
Oberstdorf-Kleinwalsertal € 220,00 € 382,80 + € 162,80 +74,0%
Schladming-Dachstein (Ski amadé) € 249,50 € 432,50 + € 183,00 +73,3%
Tignes-Val d’Isère € 278,00 € 468,00 + € 190,00 +68,3%
KitzSki € 256,00 € 423,00 + € 167,00 +65,2%
Zillertal Superskipass € 242,00 € 399,00 + € 157,00 +64,9%
Garmisch-Partenkirchen (Top Snow Card) € 234,00 € 378,00 + € 144,00 +61,5%
Dolomiti Superski € 287,00 € 453,00 + € 166,00 +57,8%
Les Portes du Soleil € 255,00 € 373,00 + € 118,00 +46,3%
Les Trois Vallées € 294,00 € 421,00 + € 127,00 +43,2%

De grootste stijger is het goedkoopste gebied

Skiliftkarussell Winterberg vroeg in 2016/2017 € 115,00 voor zes dagen. Komende winter is dat € 224,00: 94,8 procent meer, bijna een verdubbeling.

 

Dat klinkt dramatischer dan het is. In euro's is Winterberg juist de kleinste stijger van het rijtje: € 109 erbij, tegen € 206 bij Ski Arlberg en € 210 bij Sölden. Wie vanaf een lage basis begint, maakt met hetzelfde bedrag een veel groter percentage. En met € 224,00 blijft Winterberg ook komende winter het goedkoopste gebied uit ons hele onderzoek, nog altijd minder dan de helft van wat Sölden vraagt.

 

Kijk je naar de grote Alpengebieden, dan staan de sterkste stijgers vrijwel allemaal in Oostenrijk. Ski Arlberg spant de kroon met bijna 79 procent, Sölden zit daar met 78 procent vlak achter. Frankrijk hield de stijging het rustigst: Les Trois Vallées en Les Portes du Soleil bleven op 43 en 46 procent steken.

 

Dat levert een opvallende verschuiving op. Les Trois Vallées was in 2016 met € 294,00 nog de duurste van het hele rijtje. Nu staat het onderaan de stijgingslijst, niet omdat het goedkoper werd, maar omdat de rest harder ging. Ook het gat tussen duur en goedkoop groeide mee: in 2016 zat er € 179 tussen de duurste en de goedkoopste pas, nu is dat € 254.

Zestig procent van de stijging zit in vier winters

Tot hier keken we naar twee momenten. Maar wij publiceren elk jaar een onderzoek, en als je die tien jaarcijfers achter elkaar zet, zie je precies wanneer het hard ging.

Seizoen Gemiddelde stijging Index (2016/2017 = 100)
2016/2017 +3,0% 100,0
2017/2018 +2,1% 102,1
2018/2019 +2,76% 104,9
2019/2020 +4,0% 109,1
2020/2021 +3,3% 112,7
2021/2022 +3,42% 116,6
2022/2023 +7,58% 125,4
2023/2024 +8,42% 136,0
2024/2025 +5,11% 142,9
2025/2026 +4,42% 149,2
2026/2027 +3,4% 154,3

 

De knik is niet te missen. In de eerste vijf seizoenen na 2016 werd de skipas 17 procent duurder, in de vijf seizoenen daarna 32 procent. Per jaar ging het van gemiddeld 3,1 naar 5,8 procent.

 

Vier winters doen het meeste werk: 2022/2023 tot en met 2025/2026 zijn samen goed voor 60 procent van de hele tienjarige stijging. Dat is precies de periode van de energiecrisis en de inflatiegolf erna. Een skigebied dat liften, sneeuwkanonnen en pistenbullies laat draaien, voelde dat harder dan de gemiddelde consument. Voor komende winter is er goed nieuws: met 3,4 procent zit de stijging weer op het niveau van vóór die crisis.

Waarom er twee getallen in dit artikel staan

Je hebt hierboven twee cijfers gezien die niet gelijk zijn, en dat is geen slordigheid. De veertien skigebieden uit de tabel werden in tien jaar 67 procent duurder. Tel je de jaarcijfers uit de indextabel bij elkaar op, dan kom je uit op 54 procent. Twaalf procentpunt verschil.

 

Dat komt doordat het twee verschillende dingen meet. De veertien gebieden zijn een vaste groep: precies dezelfde namen in 2016 en nu. De jaarcijfers zijn gemiddelden over alle skigebieden die we in dat seizoen onderzochten, en die groep veranderde elk jaar van samenstelling en omvang.

 

Het verschil is zelf een bevinding. De skigebieden die al tien jaar in ons onderzoek zitten, allemaal bekende bestemmingen waar veel Nederlanders naartoe gaan, hebben bovengemiddeld hard doorgeprijsd. Ga je naar zo'n klassieker, dan is 67 procent het cijfer dat voor jou geldt. Kijk je naar ons iets bredere onderzoek, dan is 54 procent een betere richting.

Krijg je er ook meer voor? Deels wel

Een skipas is geen vast product. In tien jaar is er in de Alpen fors gebouwd, en een deel van die 67 procent koop je terug in liften, pistes en sneeuwzekerheid.

 

Het duidelijkste voorbeeld staat in de tabel hierboven. Wie in 2016 een Skicircus-pas kocht, skiede in Saalbach Hinterglemm, Leogang en Fieberbrunn. Datzelfde kaartje heet nu de Ski ALPIN CARD en geeft toegang tot drie skigebieden: naast het Skicircus ook de Schmittenhöhe bij Zell am See en de Kitzsteinhorn bij Kaprun. Samen goed voor 408 pistekilometers en 121 liften. Je betaalt € 190 meer dan tien jaar geleden, maar je krijgt er een gletsjer en een compleet tweede skigebied bij.

 

Ook komende winter wordt er weer stevig gebouwd, en juist in de gebieden die het hardst zijn gestegen:

Dat geld gaat dus niet alleen naar comfort. Er komen pistekilometers bij, liften rijden door tot plekken waar ze eerder stopten, en de wachttijd wordt korter. Of je die 67 procent redelijk vindt, hangt ervan af hoeveel je daarvan terugziet op je skidag.

Ski ALPIN CARD skipas
© Spalder Media Group
De Ski ALPIN CARD geeft toegang tot drie skigebieden

De kassaprijs is niet meer wat hij was

Nog iets veranderde in tien jaar: de manier van kopen. In 2016 was het simpel. Je liep naar het loket en betaalde wat er op het bord stond. Inmiddels werken veel gebieden met dynamische prijzen, waarbij je minder betaalt naarmate je eerder boekt. Sölden, Schladming-Dachstein en Bormio doen dat allemaal.

Dat betekent dat onze vergelijking strenger is dan wat je in de praktijk hoeft te betalen. Wij rekenen consequent met de kassaprijs, en dat is bij die gebieden het maximumtarief geworden. Wie vroeg en online boekt, ontloopt een deel van die 67 procent. Wie op de dag zelf naar het loket loopt, betaalt hem voluit.

Wat betekent dat als je nu boekt?

  1. Wachten loont zelden. In deze tien seizoenen daalde het gemiddelde geen enkele keer. De kans dat je volgend jaar minder betaalt dan nu is, op basis van deze reeks, klein.
  2. De kassaprijs is je bovengrens, niet je prijs. Bij de gebieden met dynamische tarieven scheelt vroeg boeken tientallen tot ruim honderd euro.
  3. De keuze van je skigebied telt zwaarder dan het jaar. Tussen de duurste en de goedkoopste pas uit deze veertien zit € 254, meer dan anderhalf keer de hele tienjarige stijging.

Veelgestelde vragen over tien jaar skipasprijzen

Hoeveel duurder werd de skipas in tien jaar?

Gemiddeld 67 procent. Een zesdaagse skipas in het hoogseizoen ging in de veertien skigebieden die we onafgebroken volgen van € 246,18 in 2016/2017 naar € 411,02 in 2026/2027, een verschil van bijna € 165.

Steeg de skipas harder dan de inflatie?

Ja, bijna twee keer zo hard. De consumentenprijzen in Nederland stegen tussen 2016 en 2025 met 34,1 procent, de skipas met 67 procent. Gecorrigeerd voor inflatie is dat een reële stijging van bijna 25 procent.

In welk skigebied steeg de skipas het hardst?

Procentueel in Skiliftkarussell Winterberg: van € 115,00 naar € 224,00, een stijging van 94,8 procent. In euro's is Sölden de grootste stijger, met € 209,50 erbij. Winterberg blijft ondanks die stijging het goedkoopste gebied van het onderzoek.

Wanneer werd de skipas het snelst duurder?

In de vier winters van 2022/2023 tot en met 2025/2026. Die periode is samen goed voor 60 procent van de hele tienjarige stijging en valt samen met de energiecrisis en de inflatiegolf daarna.

Krijg je tegenwoordig meer voor je skipas?

Voor een deel wel. De Ski ALPIN CARD dekt inmiddels drie skigebieden met 408 pistekilometers, waar het in 2016 alleen om de Skicircus ging. En ook komende winter komen er liften en pistes bij, onder meer in Sölden, Saalbach-Hinterglemm en Ischgl.

Worden skipassen komend seizoen weer duurder?

Ja, maar minder hard: gemiddeld 3,4 procent voor 2026/2027. Dat is de kleinste stijging sinds de energiecrisis.

Zo hebben we gerekend

Wij vergelijken steeds hetzelfde: een skipas voor zes aaneengesloten skidagen, één volwassene, in het hoogseizoen, tegen de reguliere prijs aan de kassa. Online-, vroegboek- en gastenkaarttarieven tellen niet mee. Alle bedragen staan in euro's, precies zoals we ze destijds noteerden. De jaarcijfers in de indextabel komen uit onze eigen onderzoeken van die seizoenen.

De inflatiecijfers komen van het CBS: consumentenprijsindex alle huishoudens, 2015 = 100, met 100,32 in 2016 tegenover 134,56 in 2025. Dat is het laatste volledige jaar in die reeks, dus de inflatie beslaat negen jaar en de skipasprijzen tien prijsronden. Ook als je daarvoor corrigeert blijft het verschil groot, maar het is geen exact gelijke periode.

1220 - Winter - Mike

Over Mike

Ontmoet Mike, hoofdredacteur en mede-eigenaar van Snowplaza. Als ervaren wintersportexpert en ex-skileraar deelt hij zijn unieke kennis over skigebieden, techniek en materiaal.