
Lawines zijn een zeer groot gevaar zowel op de pistes als buiten
de pistes. Vele daarvan worden veroorzaakt door de mens zelf.
Bovendien is het doodsoorzaak nummer twee voor skiërs, na
ongevallen op de piste. Lawines ontstaan door een wisselwerking
van verschillende factoren, waaronder windsterkte, ondergrond,
sneeuwopbouw en temperatuurschommelingen. Lawinegevoelige
hellingen liggen meestal in de schaduw en hebben een hellingshoek
van ongeveer 30-45 graden. Door zware sneeuwval en wind kan het
lawinegevaar snel toenemen. In veel skigebieden zijn lawinehekken
en betonnen wallen geplaatst om lawines te verminderen; doeltreffende,
maar kostbare beveiligingsmethoden.
Europese lawineschaal
Lawines zijn in vijf verschillende fasen in te delen:
|
1. Gering
|
|
Spontane lawines komen niet of nauwelijks voor. Wind- of sneeuwplaklawines treden alleen op bij grote
belasting van een steile helling (bijvoorbeeld door een grote groep skiërs).
|
|
2. Matig
|
|
Het sneeuwdek heeft zich op sommige hellingen matig gehecht aan de ondergrond, om welke hellingen
het gaat staat in het lawinebericht. Grote groepen skiërs/ boarders kunnen lawines losmaken.
Op steile hellingen kunnen ze ook door een individuele skiër/ snowboarder veroorzaakt worden.
Kleinere spontane lawines komen vooral in het voorjaar voor.
|
|
3. Fors
|
|
Het sneeuwdek heeft zich op vele hellingen slecht tot matig gehecht aan de ondergrond (lawinebericht!).
Lawines kunnen door individuen veroorzaakt worden en zelfs vanaf de voet van een berg gestart worden.
Grotere spontane lawines komen voor.
|
|
4. Groot
|
|
Acuut gevaar. Het sneeuwdek heeft zich op alle hellingen slecht gehecht aan de ondergrond en grote
lawines komen spontaan naar beneden. Ga nooit buiten de geprepareerde pistes!
|
|
5. Zeer groot
|
|
Rampzalige toestand. Het skigebied is meestal (grotendeels) gesloten en ook spoorlijnen, wegen en dorpen zijn afgesloten. Soms vindt evacuatie plaats.
|
Wat kun je doen in een lawine?
Als er een lawine ontstaat moet je proberen buiten de lawinelijn te blijven skiën.
Als dat niet lukt probeer dan mee te drijven op de sneeuw. Maak je ski’s los en drijf op je buik op de glijdende massa mee.
Voorkom dat je op je rug terecht komt. Je kunt jezelf ook oprollen tot een balletje.
Houd je armen voor je hoofd of je handen voor je mond, zodat je onder de sneeuw meer zuurstofruimte krijgt.
Blijf zo rustig als mogelijk is, nervositeit kost zuurstof.
Tips
|
1)
|
Volg een lawinecursus (ter plekke).
|
|
2)
|
Ga nooit off- piste zonder gids.
|
|
3)
|
Als je off- piste gaat neem dan een lawinepieper mee.
|
|
4)
|
Houd de waarschuwingsborden/ vlaggen in de gaten.
|
|
5)
|
Vermijd steile hellingen met veel verse sneeuw.
|
|
6)
|
Kies een route langs de bomen in plaats van over het midden van de helling.
|
|
7)
|
Houd afstand, ski minstens 20 meter achter je voorganger zodat er niet teveel gewicht op de sneeuw komt. Ski altijd één voor één naar beneden.
|
|
8)
|
Informeer bij veranderende weersomstandigheden naar de actuele informatie over lawines bij de pistedienst.
|
|